Bloemenranden bij Alexander Cerpentier: Bij-zonder nuttig?
Geïntegreerde gewasbescherming Praktijkveld- Regeneratieve en biologische landbouw
- Praktijken
Alexander Cerpentier baat de Arenberghoeve uit in de Wase Polder. Hij gaat aan de slag met een bloemenrand langs wintertarwe om te bekijken hoe die helpt bij natuurlijke plaagbeheersing.
Wie is Alexander Cerpentier?
Alexander Cerpentier vormt de vierde generatie die de Arenberghoeve uitbaat in de Wase Polder. Dat doet hij samen met zijn vrouw en kinderen. De bedrijfsvoering omvat natuurgrasland die begraasd wordt door schapen en akkerbouw. Hier roteren ze suikerbieten, aardappelen, maïs, wintertarwe en graszaad. Daarnaast runnen ze een B&B en een Bakhuis, waar gerechten met lokale producten geserveerd worden.
Alexander staat altijd open voor een uitdaging en toen een collega-landbouwer bloemenmengsels inzette als natuurlijke plaagbeheersing tegen trips in de uienteelt, zag hij een mogelijkheid om dit uit te testen op zijn eigen percelen. Door de aanwezigheid van natuurlijke vijanden te stimuleren, kunnen gewasbeschermingsmiddelen gereduceerd worden: een win voor de portemonnee én voor de biodiversiteit.
Het opzet: bloemenrand langs wintertarwe
Binnen het project ‘Randenrijk’, een samenwerking van Biobest en Boerennatuur Vlaanderen, zaaide Alexander een bloemenrand in op een perceel in oktober 2024. Dit meerjarig mengsel bestaat uit meerjarige maar ook uit één- en tweejarige soorten. Omdat meerjarige soorten vaak pas bloeien na twee jaar, worden de één- en tweejarige soorten toegevoegd om het eerste jaar op te vangen. De samenstelling van het mengsel kan je zien in de tabel hiernaast.
Ondanks de relatief late zaai kende 2024 een warm najaar en kwam het bloemenmengsel toch mooi uit. In 2025 werden bieten geteeld op het perceel, waar met een beperkte inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen vergelingsziekte, veroorzaakt door bladluizen, uitbleef.
Eind 2025 werd wintertarwe ingezaaid. In deze teelt wordt natuurlijke plaagbeheersing nog weinig toegepast, maar het bloemenmengsel kan mogelijk natuurlijke vijanden van bladluizen en het graanhaantje aantrekken.
27 mei 2026: Uitwisselingsmoment op het perceel en een blik op een verwijderde bloemenrand
Eind mei gingen we een kijkje nemen naar de bloemenrand op het perceel van Alexander.
Tijdens het uiwisselingsmoment leerden we samen met Ine Deroo van Boerennatuur en Felix Wäckers van Biobest over de toepassingen van een bloemenrand als natuurlijke plaagbeheersing.
Daarna trokken we de bloemenrand in, waar we onder andere mieren, roofwantsen, soldaatjes en lieveheersbeestjes terugvonden.
Meer details over dit thematisch uitwisselingsmoment vind je in het verslag.
Nadien trokken we nog even verder het perceel in. Alexander heeft in het najaar van 2025 aan één zijde van het perceel zijn bloemenrand verwijderd.
Hiervoor werd de bloemenrand eerst gemaaid en geklepeld en nadien ondiep geploegd. Vervolgens werd deze samen met de rest van het perceel ingezaaid met wintertarwe. In vooropkomst werd over heel het perceel een onkruidbestrijding uitgevoerd. Op af en toe een korenbloem na, is de bloemenrand volledig verdwenen en vormt dit geen probleem voor de ontwikkeling van het gewas.
17 juli 2026: tarwe oogsten
Ondertussen werd de tarwe op Alexanders perceel geoogst.
Door het warme voorjaar gebeurde dit relatief vroeg, namelijk op 17 juli. Alexander kon oogsten aan een vochtgehalte van 13% en haalde op dit perceel een gemiddelde opbrengst van 9,8 ton/ha.
Op het perceel werden geen insecticiden gebruikt en dat bleek ook niet nodig! De schadedrempel voor onder andere graanhaantjes en bladluizen werd nooit gehaald.
Tarwe is een waardplant voor de eileg van de graanhaantjes. De larven komen ongeveer twee weken nadien uit, en eten van de bladeren. Tijdens het volwassenstadium vreten de kevers langwerpige gaten in de bladeren van het graan. Vooral tijdens droog weer richten de graanhaantjes veel schade aan, omdat het droge weer bevorderlijk is voor de vluchten (bron: LCG). De belangrijkste biologische bestrijders voor het graanhaantje zijn lieveheersbeestjes, loopkevers, gaasvlieglarven en roofwantsen (bron: Randenrijk).
Er zijn drie soorten bladluizen die algemeen voorkomen in tarwe: grote graanluis, roos-grasluis en vogelkersluis. De bladluis kan zuigschade aanrichten door het opzuigen van plantensap uit het blad, de stengel of de aar. Op de bladeren komt dit tot uiting als gele vlekken. Een zachte winter gevolgd door een zacht voorjaar verhogen de kansen op zuigschade door bladluizen (bron: LCG). Voor bladluizen vormen lieveheersbeestjes, zweefvliegen, gaasvliegen en roofwantsen belangrijke biologische bestrijders (bron: Randenrijk).
Op de planning
Kom regelmatig een kijkje nemen op deze blog om bij te leren over bloemenranden!