Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Bert Dhaene over re­ge­ne­ra­tie­ve landbouw

Regeneratieve landbouw in de praktijk Getuigenis
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

Bert Dhaene is groenteteler en varkenshouder in West-Vlaanderen en werkt al meer dan vijftien jaar met een sterke focus op bodemkwaliteit. In zijn regio was hij een van de pioniers in niet-kerende bodembewerking. Dat leverde in het begin veel vragen en scepsis op bij collega-landbouwers, maar Bert bleef overtuigd van zijn aanpak. Intussen is zijn bedrijf volledig biologisch, past hij directzaai toe en maakt hij boerderijcompost. In deze getuigenis deelt hij zijn ervaringen en inzichten uit de praktijk.

Kun je wat meer vertellen over je bedrijf?

We zijn gestart in 2005, en momenteel telen we voor de helft groenten. Een deel gaat naar de versmarkt, zoals spruiten en venkel, en een ander deel naar diepvriesproducten. De andere helft van onze teelt bestaat uit akkerbouwmatige groenten. Alles samen beslaat dat zo’n 40 hectare. Ons bedrijf is volledig biologisch: in 2018 zetten we de eerste stappen richting bio, en in 2022 schakelden we volledig om.

 

Hoe ben je begonnen met regeneratieve landbouw?

Dat is niet eenvoudig om te zeggen, want wat is regeneratief eigenlijk? Iedereen geeft daar zijn eigen invulling aan. Voor mij draait het vooral rond de bodem.

Ons inkomen groeit op de bodem. Als je voor je bodem zorgt, zorgt de bodem voor jou.

In 2006 deden we al de eerste proeven met niet-kerende bodembewerking. Ik stelde me steeds vaker de vraag waarom landbouwers eigenlijk ploegen. Omdat we het zien bij collega’s? Omdat we het zo geleerd hebben? Mijn doel was duidelijk: ik wou de ploegzool wegkrijgen, zodat de wortels zo diep mogelijk konden wortelen. In het begin keken veel collega-landbouwers mij raar aan. Ze verwachtten dat het zou mislukken, maar ze wachten nog altijd.

Naast het werken aan de bodem vind ik het ook belangrijk om kringlopen te sluiten. Zo gaat de stalmest van onze varkens terug naar de grond waar we granen telen die de varkens later eten.

Hoe verbeter je de bodemkwaliteit?

Bij bodembewerking geldt voor ons het principe: hoe minder, hoe beter. Dat is niet altijd eenvoudig, maar op lange termijn betaalt het zich terug. Stoppen met ploegen was voor ons een van de grootste stappen die we konden zetten.

Onze teeltrotatie is breed, met een afwisseling van groenten en akkerbouwgewassen. Door extensiever te telen, houden we ziekten en plagen beter onder controle. Daarnaast verbeteren we de bodem door groenbedekkers te zaaien op elk vrij perceel. Dat deden we ook al toen daar nog geen wetgeving rond was: het kost geld, maar het loont. Waar velen het als een verplichting zien, is het voor ons een volwaardige teelt. We gebruiken mengsels met facelia, zomergranen, vlas, zonnebloemen en niger. Vlinderbloemigen zoals wikke en klavers gebruiken we alleen waar het kan. Vroeger mengden we zelf, maar dat gaf te veel restjes.

Waar mogelijk brengen we stalmest in. In het begin was dat lastig, omdat we nog gangbare varkens hadden, maar vandaag gebruiken we ongeveer 90% stalmest. Omdat de strorijke mest van onze biovarkens soms een groeidip gaf door het hoge koolstofgehalte, zijn we gestart met boerderijcompostering. We composteren onze eigen afvalstromen, zoals loof van venkel en spruitafval, en maken zo met onze reststromen een bodemverbeterend middel. Die compost voedt het bodemleven, dat op zijn beurt nutriënten vrijmaakt voor de plant. 

Het is extra werk en financieel levert het niet onmiddellijk iets op, maar op langere termijn betaalt deze aanpak zichzelf terug. Jammer genoeg zie je door regels en wetgeving amper landbouwers, en al zeker geen varkenshouders, die compost toepassen. Jammer, want veel bodems hebben er net nood aan.

Het is een en-en-verhaal. Door aan de bodemkwaliteit te werken, krijgen we betere bodems met meer draagkracht. Ze houden vocht beter vast in droge periodes en ze draineren beter in natte periodes.

Welke rol speelt mechanisatie in jouw aanpak?

De beste bodembewerking gebeurt volgens mij door het bodemleven zelf. Om dat alle kansen te geven, bewerken we de bodem zo weinig mogelijk, zowel in diepte als in frequentie.

Door die ondiepe aanpak houden we de bodem vochtig en laten we de bodemstructuur intact. De grond zit vol gangetjes van regenwormen en die wil je niet kapotmaken. Voor ons is 25 centimeter al heel diep: dieper dan dat gaan we nooit. We deden zelf de test in onze spruitenteelt en vergeleken een partij met diepe bodembewerking met een partij zonder diepe bodembewerking. In de teelt zelf zag je geen verschil, maar in de bodem was het verschil duidelijk zichtbaar. Dat bevestigde voor ons dat diep werken niet nodig is om een goed gewas te krijgen.

Ik hoor collega’s zeggen: “We moeten in de bodem werken, anders zal het gewas niet groeien”, maar dat klopt niet. Een goeie bodemstructuur laat je beter met rust.

In 2025 verkenden we de mogelijkheden om kolen te planten met een mulchplanter. Deze aanpak past volledig in onze visie: we willen de bodem zo min mogelijk bewerken. Dankzij onze jarenlange zorg voor de bodem konden we het perceel beplanten zonder voorafgaande bodembewerking. De techniek is nog relatief jong, maar we waren erg tevreden met het resultaat.

Wij werken liever boven de grond dan in de grond, bij manier van spreken.

Wat doe je om ziekten en plagen te bestrijden?

Hoewel we geen gewasbeschermingsmiddelen meer gebruiken, valt de druk van ziekten en plagen goed mee. Neem nu papiervlekken in prei: daar hebben wij nooit problemen mee gehad, terwijl gangbare telers er wél last van hebben. Volgens mij heeft dat te maken met het feit dat onze bodem in topconditie is. De schimmel die papiervlekken veroorzaakt, overleeft in plassen via sporen. Op onze bodems zie je zelden plassen staan dankzij de goede drainerende werking, waardoor de schimmel nauwelijks de kans krijgt om te overleven.

Ook van trips hebben wij geen last. Ik kreeg van de fruit- en groentenveiling REO in Roeselare de vraag hoe het komt dat gangbare telers bij hun venkel wel last hebben van trips en wij niet. Wij doen daar eigenlijk niets speciaals voor. Een gezonde bodem zorgt voor een weerbaarder gewas en natuurlijke vijanden doen hun werk.

 

Wat zijn de grootste uitdagingen?

Eén uitdaging waar we in 2025 tegenaan liepen, had te maken met onze mengteelt van rogge en wikke. We hadden deze heel groot laten worden, maar door de droge omstandigheden in het voorjaar kwam de vertering moeilijk op gang. Ploegen is bij ons geen optie, en gezien de droogte zou het sowieso geen goed idee zijn geweest. Onze wikke staat buiten en is dus onderhevig aan de weersomstandigheden. We hebben daarom even moeten wachten met planten, maar uiteindelijk bracht de regen soelaas en kwam de vertering toch snel op gang.

Ook directzaai, iets wat helemaal in onze visie past, bracht in 2025 uitdagingen mee. In de granen zat nog onkruid: dat zou je met een kleine hoeveelheid chemische onkruidbestrijding snel kunnen aanpakken. Onze mechanische aanpak vroeg echter drie tot vier ondiepe bodembewerkingen en was in het najaar, in natte omstandigheden, moeilijk uitvoerbaar. Omdat directzaai op dit vlak risicovol is, heb ik het voorlopig alleen met granen geprobeerd. Als zo’n teelt mislukt, is dat te overzien, maar bij bloemkool ligt dat anders: die teelt vormt het grootste deel van mijn inkomen. Spinazie en bonen wil ik ooit ook proberen, maar dat brengt een groter risico mee.

Daarnaast is mechanisatie soms een bottleneck. Zelf machines aankopen vraagt een grote investering. Voor de mulchplanter konden we gelukkig bij Inagro terecht, maar voor veel landbouwers blijft dat een uitdaging: niet iedereen is bereid om daar kilometers voor te rijden.

Tot slot is het een uitdaging om de bodem het hele jaar door bedekt te houden, zeker in de biologische teelt. Dat vraagt een doordachte planning van voor- en nateelten. Na spinazie wil je bijvoorbeeld geen vlinderbloemigen gebruiken vanwege de aanwezige reststikstof, terwijl dat na graan net wel kan. Tegelijk speelt ook de nateelt een rol: wie vroeg op het perceel wil, kiest beter voor een vorstgevoelige groenbedekker, terwijl je in andere gevallen de bodem net zo lang mogelijk, ook door de winter heen, bedekt wilt houden.

 

Hoe verloopt de afzet en prijszetting?

Bepaalde investeringen, zoals de aankoop van een compostkeerder, leveren niet meteen betere cijfers op. En dan vragen ze ook nog extra arbeid. Heel soms denk ik wel: wat ben ik aan het doen? Maar dat gevoel verdwijnt snel, omdat ik het graag doe en zie dat een goede bodem veel voordelen heeft.

Op termijn levert regeneratief werken wel winst op: zowel via de gewassen als door de lagere kosten voor externe inputs en brandstoffen. Maar dat geldt natuurlijk niet vanaf het eerste jaar. Veel landbouwers die een jaar niet-kerend werken en merken dat het niet meteen goed gaat, vallen terug in oude gewoontes. Maar voor mij draait het om de lange termijn.

Na jaren van regeneratief werken schakelden wij verder over op een biologische bedrijfsvoering: een logische stap. Dat bio-label biedt uiteraard wel financiële voordelen.

Regeneratief boeren levert niet onmiddellijk extra winst op, maar op lange termijn betaalt het zich terug.

Kun je regeneratief werken zonder bio?

Jazeker. Het kan bijvoorbeeld door een ruimere vruchtwisseling te kiezen en enkele kleine aanpassingen te doen. Bio en regeneratief staan los van elkaar, maar vullen elkaar vaak wel aan. Voor ons was de overgang naar bio vanzelfsprekend, omdat we er al zo dichtbij stonden. Maar dit verhaal is voor iedereen anders. Ik ben ervan overtuigd dat gangbare en biologische telers veel van elkaar kunnen leren.

Heb je nog tips voor landbouwers die willen starten met een meer regeneratieve bedrijfsvoering?

Geloof erin en blijf proberen. Werk zo weinig en zo ondiep mogelijk in de bodem, en laat de grond en het weer hun werk doen. Zo kom je verder.

Zelfs bij seizoenspacht kun je de grond het werk laten doen. Het probleem van seizoenspacht is dat niemand echt aan de bodem werkt, terwijl de volgende pachter er last van kan hebben.

Als laatste tip: gebruik je spade om in je bodem te kijken! De mijne vertelt me dat ik goed bezig ben.

Gebiedswerking B3W

Wil je meer regeneratief werken en dit afstemmen met medegebruikers van je perceel of percelen? B3W ondersteunt landbouwers bij het maken van onderlinge afspraken rond de inzaai van groenbedekkers, bodembewerkingen, bekalking en andere maatregelen. Zo verloopt de samenwerking tussen landbouwers vlotter, kunnen kosten gespreid worden en profiteert iedereen van een betere bodem.

Ontdek meer getuigenissen van collega-landbouwers

Leer van de ervaringen van andere landbouwers of van praktische tips van experts, loonwerkers en erfbetreders.

Leer nog meer via deze kennismaterialen

Verken het kennispunt
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan eens een kijkje op deze pagina's!

De 5 principes van bodemzorg

Regeneratieve landbouw in de praktijk Infografiek
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

Een gezonde bodem is een levend ecosysteem dat onder wisselende omstandigheden steeds de gewenste functies kan leveren. Het draagt bij aan een optimale landbouwproductie, een efficiënte kringloop van voedingsstoffen en maximale biodiversiteit.

Focusgroep re­ge­ne­ra­tie­ve en biologische landbouw bij Kris Heirbaut

Regeneratieve landbouw in de praktijk Verslag
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

De focusgroep regeneratieve landbouw onder begeleiding van de B3W-begeleiders bij Viaverda kwam in september 2025 samen bij Kris Heirbaut, melkveehouder en akkerbouwer, die focust op het sluiten van kringlopen en het reduceren van de klimaatimpact van zijn bedrijf.

Het re­ge­ne­ra­tie­ve verhaal van Karel: hoe bio en bodemzorg hand in hand gaan

Regeneratieve landbouw in de praktijk Getuigenis
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

In dit interview vertelt landbouwer Karel Dewaele hoe hij stap voor stap zijn familiebedrijf in Stavele omvormde tot een regeneratief (bio)landbouwbedrijf, met bijzondere aandacht voor bodemzorg, biodiversiteit en duurzame teelttechnieken.