Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Luc Engelborghs over re­ge­ne­ra­tie­ve landbouw in de akkerbouw

Regeneratieve landbouw in de praktijk Getuigenis
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

Luc Engelborghs heeft een gemengd bedrijf met akkerbouw en vleesvee. In zijn bedrijfsvoering ligt de focus sterk op bodemkwaliteit. Hij werkt al meer dan 20 jaar niet-kerend en probeert een ruime teeltrotatie toe te passen. Verder gebruikt hij complexe groenbedekkermengsels, voorziet hij maximale bodembedekking en volgt hij de structuur en gezondheid van zijn bodem nauwgezet op. Luc werkt liefst zoveel mogelijk met dierlijke mest en gebruikt ook compost. Hij werkt vaak samen met PIBO-campus voor proeven en is enthousiast om kennis en ideeën te delen.  

Hoe ben je met regeneratieve landbouw begonnen?  

Dat is geleidelijk gegaan; het is een klik die je moet maken. De eerste stap was niet-kerend werken. Dat deden we eerst op onze hellende percelen, waar we erosie wilden tegengaan. Na een paar jaar zagen we dat de erosiegevoeligheid daalde en dat het koolstofgehalte in de bodem steeg. Dan zijn we op de vlakke percelen ook overgeschakeld op niet-kerend. Achteraf gezien vind ik het jammer dat we die stap niet sneller hebben gezet, want nu hebben we toch wat tijd verloren. In het begin had mijn vader er ook geen vertrouwen in, waardoor ik het moeilijker vond om door te zetten. Maar ik heb dus volgehouden.  

Je moet vertrouwen hebben dat het goed komt, want dat is altijd zo. Je mag alleen niet altijd achteromkijken bij het zaaien. (lacht)

Inspiratie halen we vooral uit de binnenlandse of Nederlandse pers. Daar zagen we de laatste jaren steeds meer artikels over complexe groenbedekkers verschijnen. Een jaar of drie geleden zijn we daar ook mee begonnen. Initieel werkten we met een beperkt mengsel van een drietal soorten, maar intussen gebruiken we vaak twee mengsels met een achttal verschillende soorten.  

 

Hoe verbeter je de bodemkwaliteit?  

Onze focus ligt momenteel op groenbedekkers en hoe we ze kunnen inzetten om geleidelijk aan onze kunstmestgift te verminderen. Daarom zitten er ook vlinderbloemigen in de mengsels. De groenbedekkers moeten wel snel genoeg opkomen, anders krijg je last van onkruiden. In de winter laten we de bodem zoveel mogelijk bedekt, bijvoorbeeld met groenbedekkers of wintergranen. Groenbedekkers die pas laat gezaaid worden, moeten natuurlijk blijven staan tot in het voorjaar, anders produceren ze niet voldoende biomassa en haal je er geen voordeel uit.  

Collega's zeggen weleens dat we te ver gaan. Het is ook een dure praktijk, niet alleen door de groenbedekkermengsels, maar ook door de extra producten die we inzetten. In de groenbemesters gebruiken we een aantal natuurlijke producten, waaronder natuurlijke meststoffen en biostimulanten. Dat bevordert de beworteling en het bodemleven.  

Onze bieten geven we al zo’n 20 jaar alleen dierlijke mest. Hoewel de stalmest van onze eigen dieren prima is voor de bodemstructuur, komt de stikstof daarin te laat vrij. Daarom geven wij drijfmest via een burenregeling. Het gebruik van dierlijke mest vind ik erg belangrijk binnen het regeneratieve verhaal. Compost hebben we ook al gegeven, maar dat is prijzig en we vrezen problemen met onkruiden, ook al is het compost gecertificeerd. Wij hebben natuurlijk het voordeel dat we veel dierlijke mest kunnen afnemen.  

Werken aan onze bodem doen we dus met stalmest en groenbedekkers. Een teelt van koolzaad vullen we bijvoorbeeld aan met een onderzaai van klaver. Dat is super tegen onkruid! Het is een beetje zoeken naar alternatieve teelten om te zaaien, en je moet ze natuurlijk ook kunnen afzetten. We gebruiken bijvoorbeeld ook groene erwten, om het bodemleven en de bodemkwaliteit te verhogen.  

Om de emissies bij het gebruik van drijfmest te beperken, kun je de mest injecteren, maar zo verstoor je wel het bodemleven. Daarom ben ik daar geen voorstander van. Bij granen proberen we in het voorjaar altijd drijfmest aan te wenden via een sleepslang, om zo ook het aandeel kunstmest te verlagen. Voor ons is het bodemleven het belangrijkste en staat de vervluchtiging op de tweede plaats. We gebruiken wel humuszuren om de bodem te verbeteren en vervluchtiging te beperken.  

 

Wat met mechanisatie?  

Intussen ploegen we niet meer en werken we volledig niet-kerend. Het blijft volhouden, ook al zijn er soms tegenslagen. Directzaai hebben we ook eens geprobeerd, maar dat lukte toen niet goed. Misschien is onze leemgrond te vast? Van strip-till horen we de laatste tijd nog maar weinig. We proberen ook het aantal werkgangen te beperken.  

Persoonlijk vind ik de nieuwe woelers vrij agressief, daarom gebruiken wij een rechte tand. We combineren woeltanden met een rotoreg en zaaimachine, zodat alles in één werkgang kan gebeuren. Inmiddels ondervinden we geen problemen meer door storende lagen en blijft er geen water meer staan op de percelen bij zware regenval. Bovendien zien we meer bodemleven, en ook het waterbergend vermogen en de infiltratie zijn verbeterd. Enkele jaren geleden konden we na een korte overstroming uit een lokale beek overal pendelaars zien liggen. Geen mooi gezicht, maar het gaf wel aan hoeveel regenwormen er in de bodem zaten.  

De eerste jaren was er misschien een licht verlies aan opbrengst: de grond moest zich nog aanpassen en dat was voor ons ook wat zoeken. Als je niet meteen effect ziet, ben je vaak geneigd om op te geven. Dat zie ik ook bij collega’s: dat ze na enkele jaren of zelfs één jaar niet-kerend alweer de ploeg bovenhalen. Dat is heel jammer natuurlijk, want dan is de inspanning voor niets geweest. Je verstoort het bodemleven gewoon opnieuw.  

 

Wat doe je om ziekten en plagen te bestrijden?  

Eigenlijk zouden we daar minder problemen mee moeten hebben, maar tot nu toe is dat niet zo. Wanneer laat je gewasbeschermingsmiddelen weg? Kun je dat zomaar riskeren? Toch zullen we die stap de komende jaren moeten zetten. Daarom zoeken we nu al naar alternatieven die ons kunnen helpen.  

Bij het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen zijn we ook fulvinezuren beginnen gebruiken, bijvoorbeeld voor groeiregulatie in spelt. Omdat dit de werking van het product verbetert, hebben we minder gewasbeschermingsmiddelen nodig. Het is wel moeilijk om te controleren of bewijzen of zoiets werkt. Die bedenking hebben we zeker in het begin wel gehad. Maar goed, bij kunstmest kun je ook niet echt controleren of het wel of niet gewerkt heeft, dat is een kwestie van vertrouwen. Bij onkruidbestrijding zien we sneller resultaat als we fulvinezuren toevoegen.  

Bij bieten hebben we vooral last van de bladvlekkenziekte als we niet-kerend werken. Over het algemeen gebruiken we minder ziektegevoelige variëteiten. Bij granen zijn we zo van drie naar twee ziektebehandelingen gegaan. Momenteel lukt het niet zo goed om de spuitkosten terug te verdienen, zeker niet bij de granen. De kosten voor de beschermingsmiddelen blijven stijgen, maar de inkomsten blijven hetzelfde. Dan is de vraag natuurlijk: moeten we die ‘topopbrengsten’ blijven behalen? 

We zetten ook een combinatie van vroeg- en laatrijp koolzaad, in de hoop dat de koolzaadglanskever op de vroegrijpe zal afgaan, zodat we de laatrijpe ongeschonden overhouden. Of dat werkt, moet nog blijken, want dat doen we dit jaar voor het eerst. Een grote teeltrotatie helpt ook: zo zetten we naast suikerbieten, granen en aardappelen ook uien, erwten en nu ook koolzaad. Aardappelen zetten we elke 5 à 6 jaar, bieten bijvoorbeeld elke 3 jaar.  

 

Hoe is de bedrijfsvoering veranderd?   

Alles verloopt nu wat trager, maar dat vind ik positief. Veel mensen beginnen er gewoon aan, maar wij gaan eerst met de spade naar het veld om te kijken of de grond voldoende droog en bewerkbaar is, en dan pas gaan we over tot zaaien. 

Door niet-kerend te werken, wordt er veel meer water vastgehouden. Dat is een voordeel in droge seizoenen, maar in natte seizoenen vraagt het geduld, want de bodem is minder snel berijdbaar. Deze manier van werken is tegelijk ook tijdbesparend voor ons ten opzichte van ploegen.  

Het is belangrijk om nieuwe technieken een kans te geven en erin te geloven. Dat is soms moeilijk, omdat ze wel een investering vragen. We testen alle nieuwe dingen eerst uit, bijvoorbeeld door proefjes met biostimulanten aan te leggen. Volledig regeneratief werken zit er voor ons wellicht niet in: het lijkt me niet haalbaar om alle fytomiddelen achterwege te laten. Maar werken aan de bodemkwaliteit, daar zetten we ons zeker voor in.  

 

Wat zijn de grootste uitdagingen?  

We willen vooral het gebruik van fytomiddelen verlagen. Daarom gebruiken we natuurlijke meststoffen en producten die het wortelstelsel stimuleren. Biostimulanten hebben we ook al uitgetest, maar daar haalden we niet genoeg voordeel uit om ermee verder te gaan. Ook willen we zoveel mogelijk het bodemleven en schimmels zoals mychorriza stimuleren. Dat doen we door niet te ploegen, en door meer dierlijke mest en minder kunstmest te gebruiken.

Kunstmest lijkt goed omdat planten er goed door groeien, maar eigenlijk maakt het ze lui. Doordat ze alles krijgen en zelf niets moeten doen, zijn ze minder weerbaar en gevoeliger voor ziekten.

Hoe verloopt de afzet/prijszetting?

Vooral in extreme jaren krijg je er iets voor terug. Zo leverde onze niet-kerende werkwijze een paar jaar geleden een goede chicorei-oogst op, vooral op hellende percelen, terwijl collega’s op vlakke percelen minder goede resultaten behaalden. Toch was de fabriek waar we de chicorei afzetten initieel geen voorstander om niet-kerend te werken, omdat het in de winter meer bewerkingen vraagt om de grond zaaiklaar te leggen. Mits een goede werkwijze bekwamen we toch een geslaagde teelt. Verder zijn we nu onze eigen gedorste granen aan het triëren en ontsmetten om zo kosten te besparen.  

Ontdek meer getuigenissen van collega-landbouwers

Leer van de ervaringen van andere landbouwers of van praktische tips van experts, loonwerkers en erfbetreders.

Leer nog meer via deze kennismaterialen

Verken het kennispunt
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan eens een kijkje op deze pagina's!

De 5 principes van bodemzorg

Regeneratieve landbouw in de praktijk Infografiek
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

Een gezonde bodem is een levend ecosysteem dat onder wisselende omstandigheden steeds de gewenste functies kan leveren. Het draagt bij aan een optimale landbouwproductie, een efficiënte kringloop van voedingsstoffen en maximale biodiversiteit.

Focusgroep re­ge­ne­ra­tie­ve en biologische landbouw bij Kris Heirbaut

Regeneratieve landbouw in de praktijk Verslag
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

De focusgroep regeneratieve landbouw onder begeleiding van de B3W-begeleiders bij Viaverda kwam in september 2025 samen bij Kris Heirbaut, melkveehouder en akkerbouwer, die focust op het sluiten van kringlopen en het reduceren van de klimaatimpact van zijn bedrijf.

Het re­ge­ne­ra­tie­ve verhaal van Karel: hoe bio en bodemzorg hand in hand gaan

Regeneratieve landbouw in de praktijk Getuigenis
  • Regeneratieve en biologische landbouw
  • Van principes naar praktijk

In dit interview vertelt landbouwer Karel Dewaele hoe hij stap voor stap zijn familiebedrijf in Stavele omvormde tot een regeneratief (bio)landbouwbedrijf, met bijzondere aandacht voor bodemzorg, biodiversiteit en duurzame teelttechnieken.