Maïs met een sterke start: Bernard Janssen test startmeststoffen
Bemesting van maïs Praktijkveld- Beredeneerd bemesten
- Bemesting in maïs
Welke startmeststof werkt het best bij maïs? En hoe combineer je een sterke gewasgroei met een gezonde bodem en een laag nitraatresidu? In deze praktijkproef in Bree test akkerbouwer Bernard Janssen verschillende bemestingsstrategieën bij maïs. Hij vergelijkt onder andere microgranulaten en vloeibare meststoffen, zowel in de rij als volvelds. In deze blog ontdek je zijn aanpak en het doel van de proef.
Meer lezen op deze pagina
- Een doordacht teeltplan als basis
- Waarom kiezen voor startmeststoffen bij maïs?
- Praktijkproef met verschillende bemestingsstrategieën
- Kom de resultaten zelf te weten in november 2026
- Een vroege start en referentiemeting
- Aangepaste proefobjecten in het veld
- Monitoring van groei en gewasontwikkeling
- Proefupdate: Resultaten van de proefoogst en de laatste stappen
Een doordacht teeltplan als basis
Bernard Janssen is akkerbouwer in Bree en werkt met een gevarieerd teeltplan. Hij teelt groenten zoals erwten, bonen, schorseneren en kleine wortelen voor Greenyard, aangevuld met aardappelen, granen, grasland en maïs. Bernard focust sterk op zijn teelten en wil elk gewas een optimale start geven.
Waarom kiezen voor startmeststoffen bij maïs?
Bij maïs zet Bernard bewust in op startmeststoffen bij het zaaien. Deze bemesting stimuleert een snelle beginontwikkeling en bevordert een sterke wortelgroei.
Landbouwers kunnen kiezen uit verschillende opties voor startbemesting bij maïs:
- microgranulaten
- vloeibare startmeststoffen
- toediening in de rij
- volveldsbemesting
Maar welke aanpak levert in de praktijk het beste resultaat op?
Praktijkproef met verschillende bemestingsstrategieën
Om die vraag te beantwoorden, legt Bernard een praktijkproef aan op een maïsperceel in Bree. Graag wil hij verschillende bemestingsstrategieën met elkaar vergelijken:
- geen startmeststof
- microgranulaat in de rij
- microgranulaat over het volledige perceel
- vloeibare startmeststof
Met deze proef wil hij niet alleen de gewasgroei verbeteren, maar ook de bodemkwaliteit bewaken. Daarom volgt hij tijdens het teeltseizoen de reststikstof nauwkeurig op. Zo voorkomt hij hoge nitraatresiduen en stuurt hij bij waar nodig.
Kom de resultaten zelf te weten in november 2026
Tijdens het thematisch uitwisselingsmoment in november 2026 bespreken we de mogelijke verschillen in maïsgroei, opbrengst en reststikstof in detail. Je ziet met eigen ogen de verschillen tussen de objecten en wisselt ervaringen uit met collega-landbouwers en adviseurs.
Heb je vragen of wil je meer informatie over deze praktijkproef rond startbemesting bij maïs?
Een vroege start en referentiemeting
Op 20 april zaaide Bernard de maïs in. Daarbij koos hij bewust voor een start zonder startmeststof. Om de stikstofvoorraad in de bodem doorheen het seizoen goed op te volgen, namen we op 8 juni een eerste N-index. Dit referentie- of startstaal vormt de basis voor de vergelijking met latere N-indexen en de opvolging van de reststikstof.
De analyse bevestigt het beeld van een klassieke Limburgse zandbodem, met een pH van 5,6 en 1,4% organische koolstof. Ook de nitraatgehaltes tonen geen verrassingen. Met gemiddeld 77 kg N/ha in de laag van 0 tot 60 cm ligt de voorraad binnen de verwachte waarden. Bernard bemestte het perceel dan ook volgens de geldende wettelijke normen met runderdrijfmest.
Aangepaste proefobjecten in het veld
Het voorjaar verliep niet helemaal zoals gepland. Door een combinatie van een druk voorjaar en uitdagende weersomstandigheden kon Bernard niet alle bemestingsstrategieën uitvoeren die hij oorspronkelijk voor ogen had. Uiteindelijk liggen er twee proefobjecten in het veld:
- Geen startmeststof
- Kunstmest aangebracht in de rij met een schoffel
Deze toepassing met de schoffel biedt een dubbel voordeel:
- De kunstmest wordt meteen licht in de grond gewerkt, waardoor de voedingsstoffen direct goed opneembaar zijn voor de maïsplant.
- Het schoffelen pakt niet alleen het aanwezige onkruid aan, maar brengt het ook de bodemmineralisatie op gang. De extra stikstof die hierbij vrijkomt, is mooi meegenomen voor de groei van het gewas.
Graszoden Lavrijsen voerde deze toepassing op 10 juni uit op een strook van 12 meter breed binnen het perceel.
Monitoring van groei en gewasontwikkeling
Na de toepassing volgden we de maïsgroei nauwgezet op, met aandacht voor de gewashoogte en de kolfontwikkeling:
- 17 juni: We maten de hoogte van de maïs in de verschillende proefobjecten als eerste referentie. Op dat moment zagen we nog geen significant verschil tussen de objecten.
- 5 augustus: Bij een nieuwe waarneming was er nog steeds geen verschil te zien tussen de strook met kunstmest via de schoffel en de strook zonder toepassing.
Het gewas staat er over het algemeen wel heel mooi bij: de maïs is intussen ongeveer 3 meter hoog en vertoont een goede kolfontwikkeling. Daarbij moeten we wel rekening houden met de beregening: het perceel kreeg ondertussen drie keer 50 liter water toegediend.
Proefupdate: Resultaten van de proefoogst en de laatste stappen
Proefoogst in het veld
Met de definitieve oogst in het vooruitzicht aan het einde van de week, hebben we op 18 augustus de proefoogst uitgevoerd. Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de resultaten, hebben we zowel bij het object met kunstmest via de schoffel als bij het object zonder kunstmest, gewerkt met 4 herhalingen van telkens 7 handmatig geoogste maïsplanten.
Deze planten zijn eerst gewogen om het versgewicht te bepalen, waarna ze door een maïshakselaar zijn gehaald. Vervolgens is in de droogstoof het drogestofpercentage exact berekend.
Geen significante verschillen
Uit de analyses blijkt dat er noch qua opbrengst, noch qua droge stof significante verschillen zijn terug te vinden tussen beide behandelingen (33% DS). Dit bevestigt het beeld op het veld, waar visueel eveneens geen duidelijke verschillen waarneembaar waren.
Over de precieze oorzaak hiervan kunnen we geen 100% zekerheid geven, maar er zijn twee aannemelijke verklaringen:
- Voldoende stikstof in de bodem: Mogelijk had de maïs vanuit de bodem al ruim voldoende stikstof ter beschikking om optimaal te groeien. De extra stikstof die via de schoffel werd toegediend, was in dat geval niet noodzakelijk voor een hogere opbrengst.
- Extreem teeltjaar: Het seizoen kenmerkte zich door erg hoge temperaturen en lange droogteperiodes. Hoewel de maïs op dit perceel drie keer werd beregend, wat uiteindelijk zorgde voor een mooi gewas, valt de mogelijke invloed van deze extreme weersomstandigheden op de stikstofopname niet uit te sluiten.
Desondanks blijft landbouwer Bernard voorstander van het bijbemesten van maïs en dit het liefst onder vloeibare vorm.
Laatste stap: Nitraatresiducampagne
De allerlaatste stap is het meten van de reststikstof. Tijdens de komende nitraatresiducampagne nemen we in beide proefobjecten nog een rest-N-staal. Zo gaan we definitief na of de extra toepassing van kunstmest via de schoffel eventueel heeft geleid tot meer stikstof dat na de teelt in de bodem achterblijft.