Bemesting van maïs bij Jan Willems
Bemesting van maïs Praktijkveld- Beredeneerd bemesten
- Bemesting in maïs
Jan Willems is een melkveehouder uit Kasterlee. Een goede maïsopbrengst is dus zeer belangrijk voor hem. Samen met hem testen we op een van zijn percelen met maïs verschillende kunstmeststoffen en biostimulanten uit.
Jan Willems is een melkveehouder uit Kasterlee. Een goede maïsopbrengst is dus zeer belangrijk voor hem. Voor een goede opbrengst zonder te hoog nitraatresidu, dient er optimaal bemest te worden. Op een perceel bij Jan testen we verschillende kunstmeststoffen en biostimulanten uit in de maïsteelt.
Door de extreme weersomstandigheden werd dit perceel (zoals op veel plaatsen in Vlaanderen) zeer laat ingezaaid. We zijn dan ook zeer benieuwd hoe de maïs zich gaat ontwikkelen, en dit in combinatie met kunstmeststoffen en/of biostimulanten. Op deze blog beleef je zelf de evolutie mee!
Juni: zaai
Het perceel werd, na lang uitstellen door de natte weersomstandigheden eind juni ingezaaid. In het voorjaar werden er al bodemstalen genomen (standaardanalyse en N-index) en in juni werd er een putstaal genomen van de drijfmest op het bedrijf. Aan de hand van deze stalen werd de dierlijke bemesting uitgerekend. Uit de analyse bleek dat er 2,3 kg N/ha in de drijfmest zat. Er werd daarom 74 m³/ha runderdrijfmest toegediend (170 kg N/ha). Aan de hand van de tool 'basisbemesting' van B3W werd de bemestingshoeveelheid uitgerekend. Er werd rekening gehouden met het feit dat er vorig jaar aardappelen op het perceel stonden en er geen groenbedekker werd ingezaaid. Uit de tool bleek dat er 175 kg N/ha gegeven dient te worden (boven de norm!). Er werd reeds 100 kg werkzame N toegediend door de runderdrijfmest (170 kg * 60 %). Daarom werden er nog 75 eenheden N toegediend door middel van kunstmest (277 kg KAS 27%) als rijenbemesting bij de zaai.
Een andere vergelijking die aangelegd werd, was de bijbemesting met CaNO2. Er werd weer 170 kg N/ha dierlijke uitgereden. Verder werd de norm ingevuld, deze bedraagt voor de zandgrond in gebiedstype 0 135 kg N/ha. Er kon dus nog 35 kg N gegeven worden, wat neerkwam op 140 kg NaNO2/ha als bijbemesting in het 4-6e bladstadium.
Binnen de proef 'kunstmest anders bekeken' van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) werden er nog bijkomende objecten aangelegd met kunstmeststoffen en biostimulanten op verschillende tijdstippen.
Juli: N-index, bemesting anders ingeschat bij late zaai
Enkele weken na zaai, op 15 juli werd er een N-index staal genomen om de bepalen wat de toestand is in de bodem en de bijbemesting te kunnen inschatten. Uit de analyse bleek dat er voldoende voorraad was en een bijbemesting niet nodig was. Voor de proef zijn er toch objecten bijbemest. We zijn dan ook benieuwd naar de resultaten in maïsopbrengst en nitraatresidu in het najaar.
De berekende bemestingshoeveelheid door de basisbemesting van B3W werd ingevuld op het overtuigingsperceel (175 kg N/ha, boven de norm!). Hier dient de kanttekening gemaakt te worden dat voor de berekening rekening gehouden werd met een zaai in mei. De berekening werd nadien nog eens gemaakt voor een late zaai (eind juni) en een korte periode van N-opname (tot bloei maïs). Hierbij kwamen we op een iets hoger advies (188 kg N/ha), de reden is hier dat de N die vrijkomt uit mineralisatie uit de bodem tijdens de groei van de teelt lager wordt ingeschat door de tool door de kortere periode. Hierdoor zou er meer N toegevoegd dienen te worden. Merk hierbij zeker op dat de mineralisatie ook heel sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden en de tool niet berekend is op een extreem jaar zoals 2024 waarbij de maïs zo laat ingezaaid werd.
September: uitwisselingsmoment
Op dinsdag 3 september werd er een uitwisselingsmoment georganiseerd rond optimaal bemesten van maïs. Tijdens dit uitwisselingsmoment was Jan Willems gastheer en gingen we ook een kijkje nemen op zijn perceel. Verder werd er een uitgebreide uiteenzetting gegeven over rekenen met mest en de verschillen tussen de verschillende kunstmeststoffen en biostimulanten die tegenwoordig op de markt zijn. Enkele proeven van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV vzw) werden ook voorgesteld. Producenten van verschillende kunstmeststoffen en biostimulanten kwamen hun producten ook voorstellen. Hieronder enkele sfeerbeelden van het uitwisselingsmoment!
Najaar 2024
Na de oogst van de maïs kunnen we eindelijk de resultaten van het overtuigingsperceel meegeven. De opbrengsten werden bepaald en nitraatresidu’s gemeten. Begin 2025 komen ook de voederwaardeanalyses binnen.
Op de figuur hiernaast staan de resultaten weergegeven. De opbrengst wordt relatief weergegeven (100 % = enkel dierlijke mest), in het groen. De gegeven hoeveelheid werkzame stikstof staat weergegeven in het licht geel. Het nitraatresidu voor elk object wordt weergegeven door middel van een oranje bolletje. We zien dat de opbrengst van de maïs die bemest is geweest volgens het advies van de bemestingstool lager ligt dan de maïs die bemest is met enkel dierlijke en ook lager ligt dan de maïs die bemest geweest is naar de norm en het advies van BDB. Het nitraatresidu ligt een stuk hoger. Verklaring hiervoor is dat het stikstofbemestingsadvies van de tool te hoog ingeschat is. De tool hield rekening met een langer en optimaler groeiseizoen. Ook de bodemvoorraad is waarschijnlijk te laag ingeschat door de tool. De groei van de maïs is geremd geweest door de overmaat van stikstof en nitraat bleef achter in de bodem.
We kunnen besluiten dat de bemestingstool een handige tool is om een eerste inschatting te maken van de voorgeschiedenis van het perceel en dus de N-voorraad die reeds aanwezig is in de bodem. Verder adviezen via bodemstalen blijven daarbij belangrijk om een correctere inschatting te maken van de toe te dienen bemesting!
Voor meer informatie over dit overtuigingsperceel of het uitwisselingsmoment kan je terecht bij begeleider Ellen Truyers (email hidden; JavaScript is required).
Een blik op de praktijk
Deze machine staat hem ook toe om mengteelten te telen. Als mengteelt kiest hij voor veldbonen en tarwe. Gert is een enorme voorstander van directzaai maar vindt het wel belangrijk om in de juiste omstandigheden te werken: bodems die verdicht zijn hebben eerst enkele jaren structuurherstel nodig. Ook wanneer het te nat is, is het belangrijk dat je wacht tot de bodem droog genoeg is om te zaaien. In deze blog houden we bij hoe Gert inzet op niet-kerende bodembewerking en meer specifiek directzaai. Houd deze pagina zeker in het oog om een overzicht te krijgen wanneer welke stappen gebeuren.