Biostimulanten bij Alain De Brue
Biostimulanten en microgranulaten Praktijkveld- Beredeneerd bemesten
- Plantverbeterende middelen
Alain baat een akkerbouwbedrijf uit in Nossegem. Als deelnemer van de focusgroep rond bodemzorg is Alain sterk bezig met het verhogen van de bodemgezondheid. Hij is benieuwd of en hoe biostimulanten zijn bodemgezondheid kunnen verbeteren. Op een perceel in Weerde zal Alain samen met B3W in 2026 twee biostimulanten uittesten.
Alain De Brue
Alain probeert zijn bodem gezonder te maken door onder andere zijn percelen niet-kerend te bewerken en het organische-koolstofgehalte te verhogen door groenbedekkers in te zaaien en compost en stalmest te gebruiken. Veel ervaring met biostimulanten heeft hij niet, maar samen met B3W wil hij ontdekken of en hoe die zijn bodemgezondheid kunnen verbeteren.
Het perceel bevindt zich op een lichte leemgrond waar voornamelijk maïs afgewisseld wordt met een rustgewas zoals tarwe of gerst. Af en toe wordt er koolzaad geteeld en afgelopen jaar stond er een faunamengsel, die zal vernietigd worden in het voorjaar. Na het injecteren van drijfmest, zal hier maïs gezaaid worden. Ondanks het relatief hoge koolstofgehalte (1,25% in 2018) haalt Alain op dit perceel meestal geen hoge opbrengst.
Wat gaan we doen?
De twee biostimulanten die getest worden zijn Rhizovital 5c (Andermatt) en Micosat F (Len L). Beide kunnen als zaadcoating gebruikt worden. In dit geval zullen we ongeveer een week voor het zaaien de maïszaden coaten.
- Rhizovital is een microbiële biostimulant die de beschikbaarheid en mobilisatie van nutriënten zou verbeteren met het gebruik van endosporen van Bacillus atrophaeus. De bacterie zou de rhizosfeer koloniseren en zich voeden met wortelexudaten. In ruil voor de exudaten, geproduceerd door de plant, levert de bacterie diverse enzymen die de beschikbaarheid en mobilisatie van nutriënten voor de plant verbeteren.
- Micosat bevat natuurlijke mycorrhiza’s, nuttige bacteriën en saprofytische schimmels die in symbiose met de wortels van de plant werken. Ze zouden hun mycelium met de uiteinden van de wortels verbinden en zo het worteloppervlakte vergroten. Hierdoor zou de plant meer water, voedingsstoffen en sporenelementen uit de bodem kunnen opnemen. Daarnaast zou het product de natuurlijke afweer van de plant en de productiviteit onder abiotische stress (temperaturen, water, ...) verhogen.
22 april 2026: zaden coaten
Alain wil volgende week zijn maïs planten, dus werden deze week de zaden gecoat.
Hij kocht maïszaden aan die gecoat zijn met Korit. Voor Micosat F is het beter dat de zaden niet gecoat zijn omdat de fungicide-werking van de coating een negatief effect kan hebben op de ontwikkeling van de mycorrhiza. Maar omdat Alain veel last heeft van vogels op het perceel, kon hij het risico niet nemen om ongecoat zaad te bestellen. Een alternatief hiervoor is om het tijdens het zaaien te strooien, maar daarvoor is een aangepast zaaimachine nodig.
Eerste helft: RhizoVital
De helft van het zaad werd gecoat met RhizoVital 5C SC. Op aanraden van de fabrikant werden de zaden bespoten met 0,2 L vloeistof per 100 kg zaad, verdund met 1 tot 3 L water. De zaden werden uitgespreid en gedroogd omdat het slechts een kleine hoeveelheid was, maar kunnen evengoed gemengd worden in bijvoorbeeld een betonmolen.
Tweede helft: Micosat
De andere helft van het zaad werd gecoat met een recept voorgesteld door Latitude. Het recept is gemaakt voor 18 kg maïszaad: 600 g Micosat F, 25 g L-Humik, 250 ml water en een lepel aardappelzetmeel. L-Humik is niet meer verkrijgbaar en werd daarom vervangen door Humine-ex, met een dosis van één eenheid Humine-ex voor vier eenheden water.
Het zaad werd eerst natgespoten met de verdunde Humine-ex en aardappelzetmeel en nadien werd het poeder Micosat F erover gestrooid. Tijdens het mengen merkten we dat het product niet helemaal evenredig verdeeld werd op het zaad. We hadden dit probleem mogelijk kunnen vermijden door met een betonmolen te werken.
27 april 2026: zaai
Op maandag 27 april kon de loonwerker de korrelmaïs inzaaien. Alain vernietigde de groenbedekker met glyfosaat en deed een laatste grondbewerking met de schijveneg.
Eerder dit seizoen werd er runderdrijfmest geïnjecteerd en een vloeibare bemesting toegepast die bestond uit stikstof, fosfor en spuiwater van varkensstalfilters, dat zwavel bijbrengt.
Per biostimulant werden er drie werkgangen van 4,5 m ingezaaid. De bodem bestaat hier uit losse zandgrond waardoor de maïs iets dieper gezaaid werd, op ongeveer 7 cm.
Wanneer de korrelmaïs zich in het drieblad-stadium bevindt, zal het bovenste deel van het perceel nog een behandeling krijgen met zeewierferment. Zeewierferment wordt vaak gebruikt als biostimulant om natuurlijke processen in de plant en de bodem te stimuleren. Het zou de opname van voedingsstoffen verbeteren en de stressbestendigheid van het gewas verhogen. De behandeling met zeewierferment wordt gecombineerd met de onkruidbehandeling.
Langs de randen zaait Alain bladrammenas zodat hij tijdens een droge periode het perceel kan betreden om de houtkanten te maaien.
13 mei 2026: eerste controle
Op 13 mei gingen we een eerste kijkje nemen naar de maïs.
De maïs is goed homogeen opgekomen, en bevindt zich in het driebladstadium. De noordwestelijke hoek van het perceel ligt er nat bij, daar is de opkomst wat minder.
Om het effect van de behandelingen op de opkomst te vergelijken, tellen we het aantal plantjes in een vierkant kader van 1 m² en herhalen we dat 12 keer per behandeling. Hier komen geen significante verschillen uit. Gemiddeld komen er 13.3 plantjes op per m².
Om een idee te krijgen van het effect van de behandeling op de worteling, graven we ook enkele plantjes op. Hier zien we dat de zaden behandeld met mycorrhiza + huminezuren meer lijken te wortelen. Dat is veelbelovend voor het vervolg van de groei!
01 juni 2026: weinig verschillen
Op 1 juni gingen we een tweede keer langs voor een tussentijdse controle van de maïs.
Het perceel
Na de koude periode met trage groei is de maïs goed beginnen groeien de voorbije dagen. In vergelijking met naburige percelen groeit de maïs goed.
Er is een eerste onkruidbehandeling geweest op 27 mei, gecombineerd met zeewierferment.
We zien vooral opslag van facelia, die ook in het faunamengsel zat. Dat bedekt de bodem wel goed en de maïs lijkt er niet van af te zien.
Vergelijking tussen de behandelingen
Bovengronds is er weinig verschil merkbaar tussen de behandelingen onderling en de controle.
We graven enkele plantjes op om het effect op de beworteling te controleren. We zijn daarbij vooral geïnteresseerd in het verschil in vertakkingen van de haarworteltjes. In die wortels worden de meeste nutriënten en water opgenomen. Er zijn geen grote verschillen zichtbaar in wortelgroei tussen de verschillende behandelingen. De controle zonder zeewierfermentbespuiting lijkt het minst beworteld, maar dit effect is niet uitgesproken genoeg om harde conclusies te trekken.
28 september 2026: oogsten
Na ons laatste bezoek in juni werd er een bijkomende bacteriële bladvoeding toegepast op de maïs. In het achterste deel van het perceel werd er met de veldspuit Blue-N toegepast op het blad.
Nu, drie maanden later, is de korrelmaïs klaar om geoogst te worden.
Visueel zien we geen grote verschillen tussen de behandelingen.
Maar we bestuderen de oogst meer in detail:
Over een lengte van 7 meter oogsten en wegen we alle kolven. Hiervan worden telkens 5 kolven apart gehouden waarvan we het vers- en drooggewicht van de korrels bepalen. Dit herhalen we twee keer per behandeling.
Over alle behandelingen heen kwamen we op ons perceel op een gemiddelde opbrengst van 8 944 kg/ha omgerekend naar 15% vochtgehalte. Dit ligt iets lager de gemiddelde opbrengst van 10 ton/ha die als richtwaarde genomen wordt, maar ligt wel in lijn met de lagere oogst die dit droge jaar gehaald wordt op de meeste percelen.
Het gemiddeld drogestofgehalte op ons perceel, over de behandelingen heen was 80%.
We zien geen significant verschil van de coating met bacteriën en myccorhiza op de opbrengst en het drogestofgehalte.
Wel zien we dat de behandeling met zeewierferment en BlueN het significant minder goed doet in de opbrengst per ha, omdat er minder kolven per ha geoogst werden. De kolven die geoogst werden, verschilden niet significant in korrelgewicht en drogestofgehalte van de kolven van de andere behandelingen.
Conclusie
We kunnen concluderen dat het coaten van het maïszaad met bacteriën of myccorhiza in onze proef geen meerwaarde voor de teler opleverde, aangezien het geen effect had op het aantal kolven, het korrelgewicht of het drogestofgehalte van de maïs.
Het wordt afgeraden om de combinatie van zeewierferment gevolgd door BlueN toe te passen op het blad. Dat heeft de oogst immers negatief beïnvloed: Er werden minder kolven geoogst per ha, maar het korrelgewicht en drogestofgehalte van de kolven waren wel dezelfde als de onbehandelde kolven.