Bodemverdichting aanpakken bij Stijn Carton
Bodemverdichting Praktijkveld- Bodembewerking
- Bodemverdichting
Stijn is een jonge, gemotiveerde landbouwer die begin dit jaar het familiebedrijf heeft overgenomen. Hij vertegenwoordigt de derde generatie die de gronden rond de hoeve zal bewerken. In hun rotatie zitten voornamelijk suikerbieten, maïs en granen.
Zijn voornaamste zorg is bodemgezondheid. Daarom zal hij de bedrijfsvoering naar zijn hand zetten en aan de slag gaan met regeneratieve principes voor bodemzorg, zoals niet-kerende grondbewerking gecombineerd met diepwoelen, complexe groenbedekkers en minimale chemische inputs.
Het opzet
Het perceel
Het perceel dat we zullen opvolgen en waar de TUM zal doorgaan, bevindt zich aan de hoeve in Lennik, in de zandleemstreek.
Op dit moment staat er een groenbedekker van rogge en gerst. Na de suikerbietenoogst is er op dit perceel niet diepgewoeld, omdat de grond te nat lag.
Op de overige percelen van het bedrijf is er wel gediepwoeld na de hoofdteelt, waarna een groenbedekkermengsel werd ingezaaid met een diepwortelende brassica-component. Zo kunnen de scheuren die door de tanden van de machine zijn gemaakt, optimaal benut worden.
Bodemverdichting meten
Om een idee te krijgen van de verdichting op het perceel, kan je een eenvoudige prikstok gebruiken, maar ook een meer geavanceerde penetrologger. Die meet de weerstand die de bodem biedt op verschillende dieptes. Zo wordt de bodemverdichting meer gedetailleerd in kaart gebracht.
De weerstand die de bodem biedt hangt uiteraard ook af van het vochtgehalte. Na een intense regenbui zal de grond nat zijn en weinig weerstand bieden, terwijl een uitgedroogde bodem dan weer meer weerstand biedt. Metingen op de bodemverdichting gebeuren dus best wanneer de bodem op veldcapaciteit zit.
Als vuistregel wordt gezegd dat wortelgroei verhinderd wordt wanneer de indringingsweerstand hoger is dan 3 MPa.
Startmeting
Wij voerden de eerste metingen uit op het perceel op 17 maart, wanneer de grond voldoende vochtig was. De resultaten worden weergegeven op de figuur hieronder. Naast elk meetpunt wordt de diepte weergegeven waarop de indringingsweerstand van 3 MPa overschreden werd. Hoe ondieper dit is, hoe meer de bodem verdicht is.
We kunnen zien dat de diepte waarop deze grenswaarde overschreden wordt tussen de 10 en de 40 cm ligt, en dat de verdichting vooral voorkomt op de kopakkers waar de machines regelmatig rijden en minder in het perceel. Links onder het perceel waar de bietenhoop lag is ook duidelijk verdichting waar te nemen, vooral waar de machines de bieten geladen hebben.
Hieruit blijkt ook een van de voordelen van vaste rijpaden: de bodem zal alleen verdichten op de rijpaden en niet in het perceel.
In de grafieken naast de foto zien we dat ook als de eerste bodemverdichting vrij ondiep is, de bodem op de diepere lagen niet noodzakelijk verdicht is.