Compost toedienen met Jan Anthonissen
AchtergrondBij melkveehouder Jan Anthonissen volgden we een perceel op waar gedeeltelijk compost werd toegediend (zone compost), en gedeeltelijk niet (zone geen compost).
Meer lezen op deze pagina
September tot december 2023
8 september 2023: 11,5 ton/ha groencompost spreiden. In de andere zone werd 0 ton/ha gespreid.
9 september 2023: 5 cm diep inwerken van de groencompost met vaste tand met drukrol (diagonaal)
- Inzaai van groenbemester 60 kg snijrogge + 15 kg Italiaans raaigras/ha
- 5 cm diep inwerken groenbemester mengsel met vaste tand met drukrol (andere diagonaal)
30 december 2023: Standaardbodemanalyses van de verschillende zones
April 2024
8 april 2024: N-indexbepalingen in de twee zones
10 april 2024: 40 ton/ha effluent op goed ontwikkelde groenbemester gewas
14 april 2024: 5 cm diep inwerken van de groenbemester met combi, snijschijven in de front en schijveneg met aandrukschijven achter
- Opmerking: op ongeveer de helft van het perceel was het groenbemestergewas te ruim ontwikkeld, waardoor de werking ondermaats was, te weinig gesneden met de front machine en ook de schijveneg liet te veel gewas vasthangen op de bodem.
26 april 2024: Lichtjes optrekken (10 cm) van de bodem met triltandcultivator (opdrogen)
27 april 2024: RDM 30 ton/ha (forfaitaire norm) onmiddellijk ingewerkt (10 cm) met vaste tand met drukrol
28 april 2024: Lichtjes optrekken met triltand cultivator (10 cm) (opdrogen)
29 april 2024: Lichtjes optrekken met triltand cultivator (10 cm) (opdrogen)
- Op percelen zonder compost (lage pH) 2000 kg kalk/ha welke werd ingewerkt
- Maïs inzaaien: zaaidiepte 4 cm
- 94 000 korrels/ha
- inzaai op ruggen met ondergrond woelers
- geen rijenbemesting
- met greppelfrees greppels voorzien voor goede afwatering
30 april 2024: Vooropkomst onkruidbestrijding - 1 l/ha Frontier Elitte en op de kleinste helft van het perceel (waar veel groenbemestergewas boven lag) gecombineerd met 1l Roundup power Max/ha.
Uit de standaardbouwvooranalyses van eind 2023 blijkt dat in de zone waar er compost is toegediend, de pH hoger ligt (5,7) dan waar er geen compost is toegediend (5,1). Dit zou mogelijks een gevolg kunnen zijn van de alkalische werking van de compost (gemiddelde pH groencompost is 8). Op het deel zonder compost werd er daarom een bekalking uitgevoerd.
Uit de N-indexbepalingen van begin april blijkt dat er in de zone waar compost is toegediend, de N-index lager ligt dan waar geen compost is toegediend. Een mogelijke verklaring is hier dat er N geïmmobiliseerd is door de verdere vertering van de groencompost gedurende de winterperiode.
Half juni
Een 3-tal weken na de zaai werden er terug staalnames ingepland voor de bepalingen van de N-index. Door de hevige regenval werd dit opgeschoven naar begin juni (5-tal weken na de zaai). Hieruit bleek dat de minerale stikstof voorraad in de bodem nog steeds zeer laag was (Minerale N-reserve (0-90 cm) in zone zonder compost: < 67 kg N/ha, minerale N-reserve (0-90 cm) in zone met compost: < 48 kg N/ha). Voor de uitgevoerde bemesting is dit een laag cijfer. Mogelijke verklaringen zijn hier uitspoeling door de regen en immobilisatie van de stikstof door opname door het bodemleven bij de vertering van de (goed ontwikkelde) groenbedekker die niet goed gefreesd kon worden.
Ondertussen is er ook een bijbemesting uitgevoerd op het perceel. Er zullen nieuwe N-indexbepalingen gebeuren een 3-tal weken na deze bijbemesting.
Begin september
De volgende stalen zijn uiteindelijk eind augustus genomen. De maïs is ondertussen begonnen aan de afrijping. Geschatte oogstdatum ligt op eind september/begin oktober.
Uit de analyseverslagen blijkt dat de minerale stikstofvoorraad verder teruggezakt is naar < 50 kg N/ha minerale N-reserve in de 0-90 cm laag voor de zone waar geen compost opgebracht is. In de zone waar wel compost opgebracht is ligt de minerale N-reserve in de 0-90 cm laag op < 48 kg N/ha. De maïs heeft voor zijn bloei de stikstof opgenomen die nodig was voor de ontwikkeling van plant en kolf. Tijdens de afrijping in deze periode zal er nauwelijks nog stikstof worden opgenomen door het gewas. Het deeltje nitraat-N in de minerale N reserve zal gevoelig zijn voor uitspoeling. Het deeltje ammonium-N wordt beter vastgehouden in de bodem en tegen volgend jaar door mineralisatie omgezet worden in nitraat dat op zijn beurt weer opneembaar is voor het volgend gewas.
Oktober: uitwisselingsmoment
Op 15 oktober vond het uitwisselingsmoment plaats bij Jan Anthonissen. Het was een geslaagde dag met een mooie opkomst van landbouwers uit de regio. Na een theoretische inleiding over welke soorten compost er bestaan, hoe je compost kunt meerekenen binnen je mestbalans en overige wetgeving, bekeken we ook enkele stalen compost die Jan verzameld had. Hij had namelijk verse groencompost laten komen van de Kruisberghoeve (VLACO gecertificeerd).
Naar aanleiding van het uitwisselingsmoment hadden we ook stalen laten analyseren van de groencompost die Jan nog bewaard had van het jaar voordien (toen de compost opgereden werd) en van GFT-compost die Jan zijn buurman aangekocht had. Uit de analyseresultaten zagen we duidelijk dat de totale stikstof in GFT-compost hoger ligt (0.98 %) ten opzichte van groencompost (0.67 %), ook de totale fosfor lag hoger bij de GFT-compost (0.54% en 0.39%). De C/N verhouding bij het groencompost (16) lager dan weer hoger dan bij GFT-compost (12.3) doordat het groencompost bestaat uit meer houtig materiaal.
Een blik op de praktijk
Deze machine staat hem ook toe om mengteelten te telen. Als mengteelt kiest hij voor veldbonen en tarwe. Gert is een enorme voorstander van directzaai maar vindt het wel belangrijk om in de juiste omstandigheden te werken: bodems die verdicht zijn hebben eerst enkele jaren structuurherstel nodig. Ook wanneer het te nat is, is het belangrijk dat je wacht tot de bodem droog genoeg is om te zaaien. In deze blog houden we bij hoe Gert inzet op niet-kerende bodembewerking en meer specifiek directzaai. Houd deze pagina zeker in het oog om een overzicht te krijgen wanneer welke stappen gebeuren.