Beoordeel zelf de mestkwaliteit
PraktijkveldElke melkveehouder weet dat koeienmest iets zegt over de samenstelling van het gevoerde rantsoen en over hoe de koeien dit verteren. Inzicht in de mestkwaliteit kan via een laboratoriumanalyse, maar er zijn ook enkele eenvoudige beoordelingsmethoden die je zelf kunt toepassen.
Meer lezen op deze pagina
De meest voor de hand liggende is het beoordelen van de consistentie: is de mest eerder vast of eerder dun? Maar hoe kunnen we onze drijfmest verder nog op een eenvoudige manier beoordelen en welke technieken zijn beschikbaar om hiermee aan de slag te gaan? In dit praktijkveld worden verschillende technieken onder praktijkomstandigheden en op meerdere tijdstippen uitgetest. De ervaringen hiermee lichten we hieronder toe. Deze inzichten zijn belangrijk binnen het thema circulaire melkveehouderij: mest keert terug naar het land en draagt zo opnieuw bij aan de productie van ruwvoeder voor de koeien.
We testen drie technieken en delen de ervaringen rond uitvoerbaarheid en toepasbaarheid. Neem regelmatig een kijkje op deze pagina voor het resultaat!
Welke technieken zijn er mogelijk?
Mestzeven
Een van de technieken is mestzeven. Met verschillende zeven gaat de mest van grof naar fijn: de vaste deeltjes in de mest worden gescheiden in fracties per grootteorde.
Bij een optimale vertering is de fractie met de kleinste deeltjes het grootst. Dit betekent dat het grootste deel van het voer is omgezet in heel kleine deeltjes en dus goed is verteerd.
pH-, EC- en redoxmeting
Andere indicatoren voor mestkwaliteit zijn:
- pH (zuurgraad): beïnvloedt sterk de aanwezige microbiologie in de mest.
- EC (elektrische geleidbaarheid): zegt iets over de concentratie (o.a. het zoutgehalte).
- Redoxpotentiaal: aanvullende indicator voor de biologische activiteit en kwaliteit van de mest.
Test op plakkerigheid
De plakkerigheid van drijfmest kan getest worden door een plaatje plexiglas in de mest onder te dompelen, vervolgens te laten afdruipen en het gewicht van de achtergebleven mest te bepalen. Zo krijg je een kwantitatieve maat voor plakkerigheid.
Staalname en uitvoering
Bij elke staalname nemen we:
- een mengstaal van verse mest, en
- een staal van de mest in de mestput.
Dit gebeurt in de stal van de melkkoeien en van het jongvee.
Opbouw melkveestal Hooibeekhoeve
Hooibeekhoeve beschikt over aangepaste infrastructuur voor het uittesten van verschillende rantsoenen, additieven, krachtvoeders, … De stal bestaat uit twee delen waardoor het mogelijk wordt om cross-overproeven uit te voeren. Het ene staldeel kan als proefgroep fungeren, het andere als controlegroep waarna de rollen omgedraaid worden. Een aparte proefgroep met individuele ruwvoerbakken laat toe om de voederopname op koe-niveau te monitoren.
De twee verschillende staldelen, hebben de naam VMS1 en VMS2.
Metingen 8 oktober 2025
Op 8 oktober werden voor een eerste maal metingen gedaan. Eerst werd er een mengstaal genomen van 5 melkkoeien uit VMS2, nadien werd een mengstaal genomen van 5 melkkoeien uit VMS1, daarbij viel het op dat bij al de koeien uit VMS 2 de mest een scherpere geur had dan in VMS1, en lijkt de mest in VSM2 plakkerig te zijn.
Zeeftest
Bij de zeeftest valt op dat het mengstaal van VMS2 uit elkaar zakt bij het vullen van de zeef, en dat is niet het geval bij VMS 1. Dus de mest van VMS2 lijkt platter te zijn, en heeft ook een sterke geur.
De kleur van de mest is eerder aan de lichte kant, bij beide staldelen.
Uit de zeeftest, blijkt dat de vertering zowel in VMS 1 als VMS 2 niet optimaal verloopt. De grofste en de middelste fractie is daarbij redelijk groot. Het is opmerkelijk dat er toch wel een verschil is tussen de twee staldelen hoewel het basisrantsoen van de koeien in de twee staldelen hetzelfde is.
pH- en EC-metingen
Zowel van de drijfmest uit de putten als van de verse mest, werden pH- en EC-metingen gedaan.
We zien onmiddellijk een groot verschil tussen de pH van drijfmest en verse mest. Ook de geleidbaarheid is van een totaal andere grootteorde. Drijfmest bevat natuurlijk ook een groot aandeel urine, dat een hoge pH en geleidbaarheid heeft. Voor beide putstalen, ligt de pH in dezelfde grootteorde. Bij de verste meststalen, zit er toch wel een redelijk verschil tussen de stalen van 0.4 (6.05 - 6.43).
Een blik op de praktijk
Met de praktijkvelden ondersteunt B3W landbouwers die een bepaalde goede praktijk willen toepassen op het eigen bedrijf. We volgen via een blog zoals deze, die regelmatig wordt aangevuld, de verschillende acties op die we nemen op het veld, de ervaringen van de landbouwer en de uiteindelijke resultaten. De voorbije jaren werden er nog heel wat praktijkvelden opgevolgd, bekijk zeker eens het overzicht!