Rantsoen onder de loep bij Frank Maes
PraktijkveldBij de Maaihoeve staat een goed uitgebalanceerd rantsoen centraal. Frank Maes streeft er naar een maximaal rendement uit eigen geteelde voedermiddelen. Maar wat is nu een goed rantsoen? We gaan samen op onderzoek uit en bekijken de eigenschappen van het rantsoen, de productieparameters en de mest.
Meer lezen op deze pagina
Frank Maes
Melkveehouder Frank Maes runt samen met zijn vrouw Kristel het melkveebedrijf ‘De Maaihoeve’ in Lommel. Ze staan samen in voor de dagelijkse verzorging van 135 melkkoeien en het bijhorende jongvee. Hun bedrijf beschikt over ongeveer 80 hectare landbouwgrond, voldoende om het grootste deel van het basisrantsoen, zoals gras, maïs, voederbieten en wintergerst, zelf te produceren. Op hun bedrijf staat een goed uitgebalanceerd rantsoen namelijk centraal, waarbij Frank en Kristel streven naar een maximaal rendement uit hun eigen geteelde voedermiddelen.
Wat gaan we onderzoeken?
Wat is nu een goed rantsoen? Samen met Frank duiken we in het rantsoen van de Maaihoeve. Bij elke rantsoenwisseling analyseren we onder andere:
- de eigenschappen van het rantsoen:
- VEM - Voeder Eenheid Melk
- RE - Ruw Eiwit
- EOB - Onbestendig Eiwit Balans
- DVE - Darm Verteerbaar Eiwit
- FOS - Fermenteerbare Organische Stof
- Verhouding gras/maïs, bijproducten en het aandeel krachtvoer;
- de productieparameters: lactatiedagen, melkproductie (kg), vet-, eiwit- en lactosegehalte en het ureumgehalte per rantsoen;
- de mest: zowel drijfmest als fecale mest.
In november 2026 organiseren we een thematisch uitwisselingsmoment. Daar nemen we de resultaten onder de loep, wisselen we ervaringen uit en kan je een demonstratie volgen van het uitzeven van fecale mest. Meer info over dit uitwisselingsmoment volgt later.
Heb je vragen of wil je meer informatie? Aarzel niet om contact op te nemen met B3W-begeleider Marijke via email hidden; JavaScript is required
13 april 2026: eerste checks
In de stal bij Frank en Kristel is het voorjaar in volle gang. Op het menu voor de koeien? Een stevige basis van maïs, gras en voederbieten, nauwkeurig aangevuld met bijproducten, krachtvoer en de nodige mineralen.
Er wordt gewerkt met een PMR-rantsoen (Partial Mixed Ration): het basisrantsoen aan het voerhek is voor de hele stal gelijk, terwijl de individuele correctie met krachtvoer (sojaschroot + gerst meel) plaatsvindt in de melkrobot.
We nemen het rantsoen onder de loep en kijken hoe de koeien hierop reageren, door onder andere de productieparameters en vertering in meer detail te bekijken.
Check 1: De schudbox
Om de kwaliteit van het voer te doorgronden, hebben we het rantsoen gezeefd met een schudbox. Dat is een techniek om de structuur en kwaliteit van gemengd voer voor vee te analyseren. Door de verdeling van grove en fijne bestanddelen te beoordelen, kan het rantsoen geoptimaliseerd worden.
Om een goed beeld te krijgen van de mengkwaliteit, hebben we het rantsoen op drie verschillende plaatsen langsheen het voerhek uitgezeefd.
Op het eerste gezicht leek het voer prima verdeeld, maar de analyse van de fracties vertelde een iets ander verhaal. Tussen de drie meetpunten zagen we namelijk behoorlijke verschillen in de samenstelling. Dat kan erop wijzen dat het rantsoen in de mengwagen niet volledig homogeen gemengd is geraakt.
Frank en Kristel nemen dit inzicht mee en gaan hier in het vervolg extra aandacht aan besteden tijdens het mengen. De volgorde van laden kan hierin belangrijk zijn, maar bijvoorbeeld ook de mengtijd. Misschien is het ook tijd om de messen te vervangen in de mengvoerwagen.
Aandachtspunten na de schudbox
Hoewel de basis van het rantsoen goed staat, brachten de gemiddelde waarden van de schudbox toch enkele interessante aandachtspunten aan het licht.
Zo zien we een niet-ideale verhouding, met name te veel grove delen (idealiter 6-10%). Dat kan voor de koe vervelende gevolgen hebben:
- Selectiegedrag: De koe "shopt" aan het voerhek en eet alleen de fijnste delen, waardoor ze niet het uitgebalanceerde rantsoen krijgt dat bedoeld was.
- Trage vertering: De passage door de pens vertraagt, wat we kunnen terugzien in overmatig herkauwen (meer dan 100 herkauwslagen per bal), vaste mest en/of te lage melkproductie.
Verder zagen we dat de fractie in zeef C groter was dan in zeef B, wat het maïsrijke karakter van dit rantsoen bevestigt.
Een ander belangrijk meetpunt is de dichte bak (de fijnste fractie). Dat is een indicator voor het risico op pensverzuring en hoort idealiter onder de 20% te blijven. Omdat Frank en Kristel werken met een PMR-rantsoen, moeten we hier wel het extra krachtvoer uit de melkrobot bij optellen. Maar zelfs met die optelsom blijft deze fractie zeer klein, we verwachten hier dan ook geen problemen met pensverzuring.
Uit de terugkoppeling met Frank en Kristel bleek dat zij in de dagelijkse praktijk geen problemen ervaren. De koeien vertonen geen opvallend selectiegedrag en ook de vertering lijkt soepel te lopen.
Hoewel Frank en Kristel in de praktijk geen directe knelpunten vaststellen, bieden de resultaten van de schudbox wel interessante handvaten om de efficiëntie nog verder aan te scherpen. Zo zouden ze de mengwagen net wat langer zijn werk mogen laten doen om de homogeniteit te verbeteren. Mocht het nodig zijn, kan in tweede instantie gekeken worden naar het fijner hakselen van het gras en maïs, nieuwe messen plaatsen of de laadvolgorde van de voedermiddelen wijzigen.
Check 2: De rantsoencheck
Naast de fysieke controle met de schudbox, wilden we precies weten wat de voedingswaarde van het mengsel was. Daarom hebben we een monster van het rantsoen opgestuurd naar Eurofins voor een uitgebreide Rantsoencheck.
Hieruit kunnen we concluderen dat het rantsoen van Frank en Kristel vrij uitgebalanceerd is met een pH, VEM, DVE, FOS en RE totaal in of kort bij de streefzone.
Aandachtspunten na de rantsoencheck
De enige parameter die opviel, was de OEB (onbestendig eiwitbalans), die met een waarde boven de ideale 10 gram/kg wat aan de hoge kant lag. In overleg met Frank en Kristel hebben we gezocht naar mogelijke oorzaken van deze afwijking:
- Variatie in de graskuil: Het huidige rantsoen is berekend op basis van een NIRS-analyse die aan het begin van de kuil is genomen. Het is mogelijk dat de samenstelling verderop in de kuil rijker is aan eiwit dan de eerste meting deed vermoeden. Een nieuw staal nemen zou meer inzicht kunnen bieden. Verder kan een boormonster, genomen op 3-4 plaatsen in de kuil, interessant zijn om de variatie in de kuil uit te middelen.
- Samenstelling van bijproducten: Ook bij producten die per vracht worden geleverd, zoals Protistar, kan er sprake zijn van natuurlijke variatie tussen de leveringen. Aangezien niet van elke vracht een monster wordt genomen, kan dit de extra fractie OEB verklaren.
Deze bevindingen benadrukken hoe belangrijk het is om regelmatig te blijven monitoren.
Check 3: Koppeling met de productieparameters
Het rantsoen en de melkproductie vormen een onlosmakelijke cirkel: enerzijds stellen we het rantsoen nauwkeurig samen om een specifieke melkproductie te faciliteren, anderzijds vertellen de productiecijfers ons exact hoe efficiënt dat rantsoen daadwerkelijk wordt benut.
Voor deze analyse kijken we naar de meest recente melkproductieregistratie-gegevens (MPR-gegevens), namelijk die van 13 april:
De technische resultaten op het bedrijf van Frank en Kristel zijn zonder meer solide. Met gehalten die ruim boven de standaard uitstijgen en een dagproductie van 33,6 kg melk, presteren de koeien bovengemiddeld.
Aandachtspunten na de koppeling met de productieparameters
Een specifiek aandachtspunt binnen de huidige productieparameters is het verhoogde ureumgehalte, wat ruimte biedt voor optimalisatie in de eiwitbenutting. Frank en Kristel zijn zich bewust van dit hogere ureumgehalte en willen dit graag wat lager krijgen.
Het hogere ureum kan gelinkt worden aan de verhoogde OEB (zie rantsoencheck), en eventueel aan een vertraagde vertering door te veel vezels (zie schudbox). Door het rantsoen gericht te finetunen, specifiek door de OEB te verlagen en/of de FOS te verhogen, kunnen we het ureumgehalte omlaag brengen.
Het resultaat? Een efficiëntere vertering die de deur openzet voor een nog hogere melkproductie met minder nutriëntenverlies.
Extra check: De vertering in beeld
Naast het rantsoen en de productieparameters, hebben we ter aanvulling kort gekeken naar hoe de vertering in de praktijk verloopt. Dit geeft ons extra informatie over hoe de koeien het aangeboden voer daadwerkelijk benutten.
Hiervoor hebben we bij vijf willekeurige koeien, verspreid over verschillende lactatiestadia, een korte check gedaan. We hebben van de fecale mest de pH, elektrische geleidbaarheid (EC) en temperatuur gemeten om een eerste indruk te krijgen van de stabiliteit in de pens.
De metingen bevestigen een gezonde balans: met een gemiddelde pH van 7 is er bij de koeien geen sprake van darmverzuring.
Om de vertering nog wat nauwkeuriger in kaart te brengen, hebben we gebruikgemaakt van de ABZ Vertering Analyse (3VA). Dit is een praktische methode waarbij we een mengstaal uitspoelen en zeven.
Het proces werkt als volgt:
- De verzamelde fracties worden uitgespoeld over verschillende zeven.
- De resterende delen worden als drie fracties (of "ballen") naast elkaar gelegd.
- Door deze fracties te vergelijken en te combineren met de koesignalen in de stal, komen we tot een 3VA-score.
Deze score helpt ons om te bepalen of de passage door de koe optimaal verloopt of dat er bijvoorbeeld nog onbenutte voerdelen zichtbaar zijn.
In een ideale situatie streven we naar een duidelijke verdeling: een kleine fractie grof materiaal bovenin, een iets grotere hoeveelheid in het midden, en de grootste fractie onder in de fijnste zeef.
Bij deze analyse zien we echter een ander beeld: de volumes op de verschillende zeven zijn nagenoeg gelijk. Wanneer we de fracties vervolgens tot ballen vormen, levert dit drie vrijwel identieke bollen op.
De belangrijkste bevindingen:
- Overmatige grove fractie: Het aandeel ruw materiaal op de bovenste zeef is beduidend te groot.
- Onverteerde resten: In deze grove fractie zijn duidelijk zichtbare maïsstukjes en onverteerde grasdeeltjes aanwezig.
Aandachtspunten na de extra check
De bevindingen duiden doorgaans op een onvoldoende actieve pens of een te hoge passagesnelheid.
In beide gevallen krijgt de koe onvoldoende de kans om de aangeboden nutriënten optimaal te benutten, wat directe gevolgen heeft voor de voerefficiëntie.
Het doel voor de komende periode? De pens extra aan het werk zetten om de voerefficiëntie weer op het gewenste niveau te krijgen.
5 juni 2026: tweede checks
Op 5 juni gingen we opnieuw de stal in bij Frank en Kristel, dit keer samen met hun vaste voeradviseur Martijn. Als specialist rundveehouderij bij Voergroep Zuid komt hij hier regelmatig over de vloer om te kijken hoe de koeien presteren en, nog belangrijker, om te zoeken naar verdere optimalisaties.
Wat er standaard in zijn kofferbak ligt? Een schudbox en een mestzeef, natuurlijk!
Veranderingen in het rantsoen
Ten opzichte van ons eerste bezoek is er aan de basis van het rantsoen wel wat veranderd. De belangrijkste aanpassing vinden we in de graskuil. Frank en Kristel zijn overgeschakeld naar een combinatie van twee kuilen: gras van de tweede snede uit 2024 gemengd met een tweede kuil van de tweede snede uit 2025.
Benieuwd wat deze wissel doet met de resultaten?
Check 1: De schudbox
Vorige keer analyseerden we het voer aan het voerhek op drie plaatsen voor een beeld van de mengkwaliteit. Deze keer gaat Martijn nog een stapje verder: hij neemt ook het restvoer onder de loep. De verdeling van grove en fijne bestanddelen van het restvoer omvat namelijk een schat aan informatie.
Langsheen de drie plaatsen aan het voerhek waren er geen grote verschillen in fracties te bespeuren.
Echter, net als bij ons eerste bezoek, zagen we wel een suboptimale verhouding, met te veel grove delen. Het viel meteen op dat de maïs vrij grof gehakseld was en dat er hele korrels in het rantsoen zaten. Frank herkent dit en verklaart het door de droge weersomstandigheden tijdens de oogst, wat kort hakselen toen uitdagend maakte. Desondanks nemen Frank en Kristel dit mee als een stevig leerpunt: komend seizoen gaat de focus vol op het fijner hakselen van de maïs.
Geen 'shoppers' aan het voerhek
Wanneer we het restvoer in meer detail bekijken, valt er meteen iets positiefs op: alle fracties zijn nog netjes vertegenwoordigd. Hoewel het aandeel grove delen in de restanten logischerwijs iets is toegenomen, wijst dit erop dat de koeien weinig tot niet selecteren uit het aanbod. Wat we in de cijfers zagen, werd bovendien live in de stal bevestigd. De koeien eten rustig en constant door, zonder actief te 'shoppen' naar de lekkerste hapjes. Een mooi bewijs dat het rantsoen goed in de smaak valt!
De bewuste keuze voor luzerne
Naast de maïs was ook de luzerne goed zichtbaar in de grove fractie. In een vrij pittige graskuil zoals deze, is dat een belangrijke component. Waar sommige bedrijven luzerne inruilen voor stro, zijn Frank en Kristel overtuigde fans.
Luzerne is een eiwitrijk en structuurrijk ruwvoer voor melkvee, maar Frank en Kristel merken ook op het vlak van koegezondheid tal van voordelen op, zoals een betere vruchtbaarheid, lager celgetal en meer weigeringen aan de melkrobot.
Sleutelen aan de laadvolgorde
Tijdens onze ronde langs het voerhek viel één detail op: aan het einde van het hek waren beduidend minder tot zelfs geen voederbieten meer te bespeuren. Dit is een klassiek signaal dat de mengwagen het voer niet overal even homogeen heeft afgeleverd.
Na de bespreking van de laadvolgorde met Frank en Kristel, stelde Martijn voor om de luzerne eerder in de wagen te laden, en de maïs helemaal als laatste.
De geoptimaliseerde laadvolgorde luidt nu: gras – luzerne – voederbieten – Protistar – gerst – soja – mineralen – maïs.
Daarbij gaf Martijn nog twee praktische gouden regels mee voor aan de mengwagen:
- Pas op met overmatig mengen van gras: Laat het gras niet te lang of te hard draaien, anders ontstaat er een 'soep' wat resulteert in ongewenste voerbollen. De vijzels 20 keer per minuut laten rondgaan is ruimschoots voldoende.
- Voorkom overladen: Een te volle wagen zorgt ervoor dat de bovenste laag niet goed meegenomen wordt in het mengproces.
Check 2: De Rantsoencheck
Net als op 13 april, stuurden we op 5 juni een monster naar Eurofins voor een Rantsoencheck. Momenteel zijn nog niet alle resultaten binnen.
Wel wees Martijn kort op de pH-waarde: met 4,8 is deze relatief zuur, wat een logisch gevolg kan zijn van de toegevoegde broeiremmer.
Daarnaast plaatste hij een kanttekening bij de gebruikte NIR-analysemethode. Omdat er in de laboratoria simpelweg minder mengkuilen geanalyseerd worden, zijn de onderliggende NIR-ijklijnen voor deze rantsoenen wat beperkter. Zijn advies is dan ook helder: staar je niet blind op de papierwaarden, maar stuur altijd bij met een holistische blik. Data zoals de actuele melkproductie, de gehaltes en het ureum zijn minstens zo belangrijk in de totale sturing.
Check 3: Koppeling met de productieparameters
De theorie is nuttig, maar de melktank spreekt de waarheid. De MPR-gegevens van 5 juni bevestigen dat de technische resultaten op het bedrijf van Frank en Kristel onverminderd solide zijn.
Een extra check: De vertering in beeld
Tijdens ons eerste bezoek checkten we de vertering door fecale mest te nemen van vijf willekeurige koeien.
Martijn pakt dit net iets anders aan om een breder beeld op stalniveau te krijgen: hij verzamelt verse mest van ongeveer tien verschillende koeienvlaaien in de stal.
Bij het uitzeven van deze mengmest verschenen er, vergelijkbaar met onze vorige check, drie nagenoeg even grote mestbollen. We constateerden een overmaat aan grove fractie en zagen opnieuw veel onverteerde maïskorrels terug.
Om dit goed te interpreteren naar de penswerking toe, hanteert Martijn de volgende werkwijze:
De tien verzamelde verse koeienvlaaien in de pot staan gelijk aan 100%. Na het uitspoelen over de zeven zou de resterende fractie gezamenlijk nog zo'n 55 tot 60% moeten bedragen. Bij Frank en Kristel klopte deze rekensom perfect (exact 60%).
Wat betekent dit in de praktijk?
Ondanks wat de visueel grote grove fractie misschien deed vermoeden, lijkt de vertering en de penswerking bij de koeien goed in elkaar te zitten!
Een belangrijk minpuntje zijn de onverteerde maïskorrels, die passeren simpelweg onbenut en vormen dus helaas verloren energie.
Op de planning
Monitoring stopt natuurlijk nooit. Bij een volgende rantsoenwisseling trekken we de laarzen weer aan om langs te gaan bij Frank en Kristel. Ben jij ook benieuwd naar de evolutie in de stal en de komende resultaten? Houd de blog in de gaten!