Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Tus­sen­vang­ge­was­sen bij Ronny Kindermans

Tussenvanggewassen Praktijkveld
  • Teelten en rotatie
  • Vanggewassen, groenbedekkers en groenbemesters

Ronny Kindermans heeft een gemengd bedrijf met zijn twee zonen. Qua akkerbouwteelten hebben ze vooral granen (wintertarwe en wintergerst) en maïs, maar ook gras. Naast akkerbouw hebben ze ook fruitteelt met zowel peren als kersen, en wat vleesvee van het runderras Belgisch witblauw. 

Vanggewassen bewijzen hun nut in verschillende opzichten. Zo zorgen ze voor bodembedekking (groenbedekker), hetgeen onkruidgroei en erosie reduceert. Verder kan het de residuele stikstof opvangen (vanggewas) na de oogst van een hoofdteelt en deze vervolgens vrijstellen voor de volgende teelt (groenbemester). Een korte aanhoudperiode kan echter ook deze functies uitvoeren mits het vanggewas voldoende snel kan ontwikkelen. Weersomstandigheden zijn hierin een bepalende factor. Bij voldoende snelle ontwikkeling (vooral bladrijke vanggewassen) kunnen vanggewassen ingezet worden als ‘tussenvanggewas’ tussen de oogst van een hoofdteelt (zoals wintertarwe) en een nateelt (zoals wintergerst).

Voor dit overtuigingsveld zullen verschillende mengsels van vanggewassen worden vergeleken, en worden de waarden van de gewasontwikkeling en het nitraatresidu opgevolgd. Naast een controlevak met de graanstoppel zal een vanggewas (3 soorten) ingezaaid worden na een lichte grondbewerking. Een vijfde object omvat de uitvoering van een grondbewerking zonder inzaai van een vanggewas als extra controle.

In de teeltrotatie zaait Ronny frequent wintergerst als nateelt na de oogst van wintertarwe. In de tussenliggende periode blijft de tarwestoppel meestal liggen, maar op die manier kunnen onkruiden zich ontwikkelen en de reststikstof die nog in de bodem aanwezig is zal uitlogen bij natte weersomstandigheden. Om hier een oplossing voor te vinden wil hij graag een test doen met een tussenvanggewas om te ervaren wat dit doet met het nitraatresidu in de bodem en voor de ontwikkeling van de wintergerst. 

Wat is er al gebeurd?

Augustus

De wintertarwe werd geoogst. Vervolgens werden de proefobjecten uitgezet en namen we de eerste bodemstalen. De grondbewerkingen werden uitgevoerd waar van toepassing en de vanggewasmengsels werden ingezaaid. 

In de tweede helft van augustus werd de opkomst van het vanggewas opgevolgd en werd een eerste nitraatresidustaal genomen op 16 augustus, kort na opstart van de proef. Naast de 3 vanggewassen werden er 2 controle-objecten aangelegd, eentje waar de tarwestoppel blijft staan en eentje waar enkel de grondbewerking is uitgevoerd. De nitraatresidu's waren ongeveer hetzelfde tussen alle objecten. Enkel de stoppel lag lager, waarschijnlijk omdat in de andere objecten een verhoogde mineralisatie optrad door de grondbewerking.

September
Begin september was de gewasontwikkeling goed te zien in alle proefobjecten. In object 1 werd een enkelvoudig vanggewas gezaaid, namelijk multiresistente bladrammenas. Zaaidichtheid: 20 kg/ha.

In object 2 werd een Greencover Budget mengsel gezaaid bestaande uit boekweit en gele mosterd. Dit zorgt voor een snelle bodembedekking en gewasontwikkeling. Zaaidichtheid: 15 kg/ha.

In object 3 werd een Pro-Star mengsel ingezaaid, namelijk Carbo-N-Fix. Dit mengsel bevat Japanse haver (55%), Alexandrijnse klaver (30%) en Wikke (15%), heeft een snelle bodembedekking en verhoogt de bodemvruchtbaarheid (vlinderbloemige). Zaaidichtheid: 40 kg/ha.

Op 18 september werden tussentijdse nitraatresidustalen genomen om de effecten op te volgen van de nu goed ontwikkelde tussenvanggewassen. In het controleobject van de stoppel is er geen verandering te zien. Het controle object waar enkel de grondbewerking is uitgevoerd vertoont wel een duidelijke stijging in nitraatresidu, te wijten aan de mineralisatie die gestimuleerd werd door de grondbewerking. Bij elk van de 3 tussenvanggewassen zien we een daling in nitraatresidu, vooral in de bovenste 30 cm van de bodem. Toch zien we ook duidelijke verschillen tussen de mengsels. De beste resultaten zien we bij enkelvoudige bladrammenas, de slechtste resultaten bij Carbo-N-Fix.

Oktober
Op dinsdag 1 oktober vond de TUM plaats op het overtuigingsveld. Hier werd het overtuigingsveld bezocht door de aanwezigen en de verschillende vanggewasmengsels getoond. Aan het einde van de TUM werden de mengsels vernietigd met een schijveneg. Deze machinedemo werd voorzien door DistriTech met een Bednar Swifterdisc.

Rond de periode van inwerking werden opnieuw nitraatresidustalen genomen van alle proefobjecten. Bij de meeste objecten zien we weinig verschil t.o.v. de vorige staalname. Wel zien we dat het Carbo N-fix mengsel nog redelijk wat stikstof heeft opgenomen in deze periode. Dit komt allicht door de tragere initiële ontwikkeling van de vanggewassen in dit mengsel. Bij het controle object waar enkel een grondbewerking werd uitgevoerd zien we een enorme daling in nitraatresidu. Er is geen duidelijke verklaring hiervoor. Op 5 oktober werd wintergerst gezaaid op het perceel.

November
Zo'n 4 weken na inzaai van de wintergerst werden er een laatste keer nitraatresidustalen genomen. Het controle object waar enkel een grondbewerking plaatsvond na oogst van de wintertarwe vertoont een zeer hoog nitraatresidu, dit in contrast met de vorige staalname van dit object. Vermoedelijk is er bij een van beide staalnames iets fout gegaan. Bij de objecten waar een tussenvanggewas heeft aangelegen zien we ook een stijging in nitraatresidu, vooral in de bovenste 30 cm. Dit kan zijn door de mineralisatie vanwege uitgevoerde grondbewerkingen, maar ook door stikstofvrijzetting uit de vanggewasresten.

Conclusie

Als we alle analyseverslagen samenvatten wordt onderstaande grafiek bekomen, waarin steeds het nitraatresidu weergegeven wordt in kg Nitrisch N/ha. In het controle object van de tarwestoppel zien we lichte afname in nitraatresidu tot aan de inzaai van de wintergerst, waarna er een lichte stijging te zien is door mineralisatie. In het andere controle object van de grondbewerking zien we een stijgend nitraatresidu doorheen de tijd. Enkel de staalname van 2 oktober wijkt hierin zeer sterk af. In vergelijking met andere objecten is dit duidelijk het object met het hoogste nitraatresidu.

Bij de tussenvanggewassen zien we gelijkaardige trends ongeacht het soort tussenvanggewas. Initieel lag het nitraatresidu hier iets hoger t.o.v. de stoppel, maar het ontwikkelende vanggewas nam vrij veel stikstof op, waardoor het nitraatresidu op 2 oktober zeer laag kwam te liggen. Voor enkelvoudige bladrammenas en Carbo N-fix was dit duidelijk lager dan de tarwestoppel. 4 weken na inzaai van de wintergerst zien we in alle objecten terug een stijging in nitraatresidu. In de objecten Bladrammenas en Carbo N-fix zien we een iets hogere toename t.o.v. het controle object. Het Greencover budget mengsel vertoont initieel de sterkste stikstofopname, maar wordt ingehaald door de andere tussenvanggewassen. Ook qua stikstofvrijstelling voor de volgteelt (groenbemester) levert dit mengsel een iets minder goede bijdrage t.o.v. de andere tussenvanggewassen.

Dit overtuigingsveld wordt opgevolgd door de B3W-begeleiders bij PIBO. Voor meer informatie kan je terecht bij Maxime Versluys via email hidden; JavaScript is required

Een blik op de praktijk

Deze machine staat hem ook toe om mengteelten te telen. Als mengteelt kiest hij voor veldbonen en tarwe. Gert is een enorme voorstander van directzaai maar vindt het wel belangrijk om in de juiste omstandigheden te werken: bodems die verdicht zijn hebben eerst enkele jaren structuurherstel nodig. Ook wanneer het te nat is, is het belangrijk dat je wacht tot de bodem droog genoeg is om te zaaien. In deze blog houden we bij hoe Gert inzet op niet-kerende bodembewerking en meer specifiek directzaai. Houd deze pagina zeker in het oog om een overzicht te krijgen wanneer welke stappen gebeuren.

Leer nog meer via deze kennismaterialen

Verken het kennispunt
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan eens een kijkje op deze pagina's!

Tus­sen­vang­ge­was­sen

Tussenvanggewassen Infofiche
  • Teelten en rotatie
  • Vanggewassen, groenbedekkers en groenbemesters

Meestal worden vanggewassen aangehouden voor een lange periode tijdens de wintermaanden. Tussenzaai van een vanggewas is minder gebruikelijk. Toch kan een vanggewas in een korte periode, al vanaf 6 tot 8 weken, voldoende ontwikkelen om tot positieve resultaten te leiden. Dat kan dankzij de groeizame omstandigheden tijdens de zomermaanden.

Vang­ge­was­sen na late aardappelen

Tussenvanggewassen Artikel
  • Teelten en rotatie
  • Vanggewassen, groenbedekkers en groenbemesters

Dat het slim is om vanggewassen in te zetten, daar zijn de meeste landbouwers intussen van overtuigd. Na late aardappelen wordt er nog vaak getwijfeld, maar is het ook zeker een goed idee. Dit artikel legt uit hoe je het in dat geval aanpakt.

Een tus­sen­vang­ge­was succesvol aanpakken

Tussenvanggewassen Artikel
  • Teelten en rotatie
  • Vanggewassen, groenbedekkers en groenbemesters

Een tussenvanggewas wordt ingezaaid na de oogst van je vroeg geoogste hoofdteelt en voor de inzaai van je nateelt. De praktijk is nog relatief onbekend, maar heeft heel wat voordelen. Een lager nitraatresidu, minder werk met onkruidbestrijding en verminderde erosie zijn slechts enkele voorbeelden.