Tussenvanggewassen en bodembewerkingen bij Alain De Brue
Tussenvanggewassen Praktijkveld- Teelten en rotatie
- Vanggewassen, groenbedekkers en groenbemesters
Alain heeft een akkerbouwbedrijf in Nossegem waar hij voornamelijk aardappelen, tarwe en erwten teelt. Hij richt zich op het verbeteren van zijn bodemgezondheid en het verhogen van het organische koolstofgehalte op zijn percelen. Hij doet dit door niet-kerende grondbewerkingstechnieken toe te passen, het gebruik van compost en stalmest, en het inzaaien van groenbedekkers zoals Japanse haver en gele mosterd. Voor deze blog volgen we een perceel op waar Alain een tussenvanggewas inzaait.
Meer lezen op deze pagina
Een tussenvanggewas is een vanggewas die tussen de hoofd- en nateelt ingezaaid wordt. Meestal worden vanggewassen aangehouden voor een langere periode tijdens de wintermaanden, maar een vanggewas kan al vanaf 6 tot 8 weken voldoende ontwikkelen om tot positieve resultaten te leiden. Wanneer een vanggewas tijdens de zomermaanden ingezaaid wordt, zijn er meer zonuren en hogere temperaturen beschikbaar, waardoor het gewas sneller ontwikkelt.
Op het bedrijf wordt al lange tijd niet-kerend gewerkt. Alain is benieuwd of de diepte waarop hij niet-kerend werkt invloed heeft op de opkomst van zijn vanggewas. In een strokenproef vergelijken we volgende bodembewerkingen: schijveneg, breker en diepwoeler. Bij tussenvanggewassen is het belangrijk rekening te houden met de kortere ontwikkelingsperiode, en kies je best voor een snel ontwikkelend vanggewas, zoals degene die behoren tot de bladrijke vanggewassen. Daarom werd er na de bewerkingen bladrammenas ingezaaid. Bladrammenas maakt normaal geen deel uit van de teeltrotatie van Alain, omdat deze relatief weinig bijdraagt aan het organisch koolstofgehalte van de bodem. Maar omdat dit vanggewas een diepe penwortel heeft, en zo de bodemverdichting na een grondbewerking verder openbreekt, besloot Alain dit vanggewas een kans te geven.
Doorheen het seizoen volgen we de opkomst van de bladrammenas op en vergelijken we het verschil in nitraatresidu. Ook de nateelt, een wintergraan, wordt opgevolgd.
Opzet van de proef
7 juli: Oogst erwten
19 juli
Strooien compost en inwerking met een breker op ongeveer 15cm diepte. Op plot B werd de compost enkel oppervlakkig ingewerkt met een schijveneg.
22 juli: Aanleg proef
Plot A werd bewerkt met een diepwoeler met 5 tanden op ongeveer 35 tot 40cm diepte. Op plot B werd er geen extra bewerking meer uitgevoerd, hier werd dus enkel met de schijveneg bewerkt tijdens het inwerken van de compost. Voor plot C nam Alain de breker, deze heeft 10 tanden, en bewerkte op ongeveer 30cm. Voor plot D werd dezelfde breker gebruikt maar ditmaal bewerkt op ongeveer 10cm diepte. Hierna werd er met de schijveneg op het hele perceel bladrammenas ingezaaid. Plot E werd braak gelaten.
Plot C en D werden bewerkt met een breker met 10 tanden.
29 juli
Vlak na de inzaai werden er op 29 juli op elke plot nitraatresidu stalen genomen. De waardes zijn redelijk vergelijkbaar tussen de plots en schommelen tussen 115kg N/ha en 140kg N/ha. De hoogste waarde werd gemeten op plot A, de laagste op plot C.
2 augustus: Opvolgen opkomst vanggewas (bladrammenas)
8 augustus: Opvolgen opkomst vanggewas (bladrammenas)
21 augustus: Opvolgen opkomst vanggewas (bladrammenas)
27 september
Op 25 september ging de TUM van tussenvanggewassen door op het perceel waar Alain zijn ervaring met de groenbedekker kon delen. Zoals beloofd, werd er op 27 september (net na het vernietigen van de groenbedekker) op elke plot een nieuw nitraatresidu staal genomen. Op de grafiek worden de resultaten net na de inzaai en na het vernietigen naast elkaar geplaatst.
Hoewel er tijdens de groei soms verschillen leken te zijn in de opkomst tussen de condities, was de stikstofopname door de bladrammenas in alle condities ongeveer gelijk. De diepte van de niet-kerende bodembewerking maakte in deze situatie dus niet veel uit. Wat wel opvalt is de conditie die braak gelaten werd. Hier zien we een duidelijke toename van het nitraatresidu als gevolg van de mineralisatie in de bodem. Een niet te onderschatte factor dus!
Een tussenvanggewas dat voor een kortere periode ingezet wordt, in dit geval ongeveer 9 weken, laat hier duidelijk zijn nut blijken. Door de mineralisatie in de bodem kan het nitraatresidu sterk oplopen. Door een groenbedekker in te zaaien wordt de stikstof tijdelijk opgeslagen, die vervolgens deels beschikbaar komt voor het volggewas wanneer de groenbedekker ondergewerkt wordt. Daarnaast vermindert een tussenvanggewas de onkruiddruk, waardoor er minder tijd en energie nodig is voor onkruidbestrijding.
29 november
Net na de nitraatresiducampagne, op 29 november, werd er op elke plot een nieuw staal genomen. Opnieuw worden er weinig verschillen waargenomen tussen de verschillende bodembewerkingen. Door de mineralisatie en het onderwerken van de groenbedekker is er weer heel wat stikstof vrijgekomen, deze kan opgenomen worden door de tarwe die hier ingezaaid is. De effecten van de braakliggende plot zijn nog steeds zichtbaar, we zien een veel hogere nitraatresidu in het najaar.
Dit overtuigingsveld wordt opgevolgd door de B3W-begeleiders bij Praktijkpunt Landbouw. Met vragen kan je terecht bij Jelina Terrijn (email hidden; JavaScript is required).
Een blik op de praktijk
Met de praktijkvelden ondersteunt B3W landbouwers die een bepaalde goede praktijk willen toepassen op het eigen bedrijf. We volgen via een blog zoals deze, die regelmatig wordt aangevuld, de verschillende acties op die we nemen op het veld, de ervaringen van de landbouwer en de uiteindelijke resultaten. De voorbije jaren werden er nog heel wat praktijkvelden opgevolgd, bekijk zeker eens het overzicht!