Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Hoe haal je het meeste uit je grasland in de winter?

19.12.2025

Zie jij ook hoe klimaatverandering het graslandmanagement beïnvloedt? Waar een oktobersnede vroeger een noodzakelijk kwaad was om het gras niet te lang de winter in te laten gaan, maakt gras oogsten in het late najaar of de winter vandaag deel uit van het beheer.

Waarom later oogsten steeds vaker voorkomt

Naast warmere najaren zijn er nog andere redenen aan te wijzen. 

  • Droge zomers (zoals deze van 2025) leveren vaak te weinig gras op tijdens het klassieke grasseizoen.
  • Ruwvoerkrapte maakt het noodzakelijk om ook de laatste kilo’s van het veld te halen. Vaak horen we hierbij: liever eigen geteeld najaarsgras dan gras van onbekende kwaliteit aankopen.
  • Grotere oogstcapaciteit en een korte veldperiode, betere kuiladditieven en mogelijk ook suikerrijker gras door veredeling, meer zonneschijn en een lagere N-input zorgen soms voor verrassend goede kuilanalyses voor de tijd van het jaar.

Waar het advies vroeger was om het gras niet te lang de winter in te laten gaan, is het nu de kunst om het gras voldoende kort te hebben bij het injecteren van drijfmest in de tweede helft van februari.

Welke keuzes zien we in de praktijk?

In het veld kiezen landbouwers meestal voor een van deze opties:

  • een late najaarssnede met oogst rond Wapenstilstand of zelfs Sinterklaas
  • een februarisnede rond Valentijn, vóór de eerste injectiebeurt met rundermengmest
  • winterbegrazing met schapen
  • zomerstalvoeren tot laat in het najaar

Aandachtspunten bij oogst en beheer

De belangrijkste voorwaarde blijft dat de bodemvochttoestand goed is en dat bij de oogst geen schade aan de zode of bodemverdichting ontstaat. 

Daarnaast is het raadzaam om enkel te maaien wanneer er geen vorst wordt voorspeld onmiddellijk na de oogst. Kort gras blijft immers gevoeliger voor vorst dan gras dat iets langer staat. Een stoppelhoogte van ongeveer 11 cm is hierbij ideaal, al mogen witte klaver en raaigras korter de winter ingaan dan bijvoorbeeld rietzwenkgras of rode klaver. 

Hou er rekening mee dat ook de keuze van het grasmengsel een rol speelt. Timothee en tetraploïd Engels raaigras zijn meer wintervast. Zelfs bij een lichte snede maai je best niet korter.

Op voordrogen hoef je bovendien niet te rekenen. Maai daarom op een droge, niet mistige dag en werk zo snel mogelijk. Loonwerk inschakelen is daarbij vaak een must. 

Gebruik ook best een kuiladditief op basis van melkzuurbacteriën. Hou bij het inkuilen rekening met het lagere drogestofgehalte en mogelijke sapverliezen. Voorzie daarom een sleufsilo of betonplaat met sapopvang. Sommigen kuilen bovenop een drogere kuil, ook wel een lasagnekuil genoemd. Anderen mengen met stro of leggen een strolaag onderin. Kies je voor balen, hou er dan rekening mee dat ze zullen vervormen en stapel ze niet of slechts beperkt.

Alternatieven voor inkuilen en eigen gebruik

Zomerstalvoeren vormt een goed alternatief voor inkuilen, maar is door de lage grasgroei vaak moeilijk te managen en arbeidsintensief.

Ook wanneer je het najaarsgras zelf niet nodig hebt en geen oogstkosten wil maken, bestaan er oplossingen. Is er een veehouder die het gras wel nodig heeft, dan ben je vaak beter af de snede gratis op stam weg te geven dan zelf nog oogstkosten te betalen. Maak duidelijke afspraken over de veldcondities waaronder er over het perceel mag gereden worden, zoals bodemvocht en voorspelde vorst.

Ook winterbegrazing kan een win-win zijn, zowel voor de kwaliteit van je graszode als voor de wintervoedering van een schapenhouder in je regio. Bespreek vooraf de aanpak. Idealiter grazen de dieren met veel aantallen gedurende een korte periode op kleine deelperceeltjes. Denk er ook aan om een inscharingscontract op te maken (zie Mestbankloket).

Heb je vragen?

Heb je vragen over graslandbeheer in het najaar of de winter? Neem contact op met onze B3W-begeleider! We helpen je graag verder!

email hidden; JavaScript is required