Landbouwer Marnik Maes over de focusgroep Bodem
Marnik Maes is een 60-jarige varkenshouder en akkerbouwer uit Ledegem. Hij heeft in totaal 25 hectare akkerbouwteelten, waaronder aardappelen, suikerbieten en korrelmaïs (als CCM voor de varkens). Sinds vorig jaar is hij lid van de focusgroep Bodem van B3W. Marnik is sterk geïnteresseerd in bodemkwaliteit en verzamelt daar zoveel mogelijk informatie over.
Ben je zelf veel bezig met bodemkwaliteit?
Ja, sinds vier à vijf jaar ben ik steeds meer bezig met bodemkwaliteit. Mijn hele leven was ik vooral varkensboer; aan akkerbouw en de bodem werd er minder aandacht besteed. Op school leerden we er niet echt over en mijn vader besteedde er ook geen speciale aandacht aan. We deden het traditionele. Sinds ik via B3W nieuwe inzichten kreeg, ben ik gaan nadenken of het ook anders kon. Ik begon met niet-kerende bodembewerkingen en het testen van groenbemesters. Bodemkwaliteit boeit me nu veel meer, waardoor ik graag infomomenten bezoek en lid ben van een focusgroep.
Je hebt een perceel dat al 30 jaar niet geploegd wordt. Kun je dit wat schetsen?
Dat klopt. Ik begon hier niet per se uit bodemkwaliteitsoverwegingen. Dit land is zwaarder dan mijn andere percelen, en moet eigenlijk voor de winter geploegd worden. Ik wilde hier toen graag nog varkensmest op voeren voor de winter, maar dat kon niet als er geploegd werd. Daarom bewerkte ik het perceel altijd niet-kerend, maar nog zonder groenbedekkers. Ik merk dat op deze bodem, ondanks dat het zwaarder is, de draagkracht en het werkgemak veel beter zijn. Klaarleggen gaat veel makkelijker. En sinds ik via B3W meer begon te horen over bodemkwaliteit, kon ik meteen de link leggen.
Waarom is bodemkwaliteit voor jou belangrijk? Wat motiveert je?
Bodemkwaliteit is belangrijk voor de bodemvruchtbaarheid, en het is prettig en aangenaam werken als de teelten het goed doen, ook in moeilijke omstandigheden. In het najaar van 2023 moest mijn mais nog af als het zo nat was. Dat ging eigenlijk heel goed op dat zware perceel waar ik al 30 jaar niet meer ploegde. Er werd veel minder kapotgereden en veroorzaakte verdichting herstelde sneller. Het water trok sneller weg. Dat zag ik ook tijdens een bedrijfsbezoek bij een collega (een preiteler) met de focusgroep. Die landbouwer had bijna geen sporen op zijn land. Hij had zo’n goede grond, ik viel ervan achterover. En dat terwijl ik nog altijd sporen zie van waar de prei vijf jaar geleden stond. Dat werkt heel inspirerend.
Wat vind je van de focusgroep bodem?
Ik heb al veel geleerd in de focusgroep bodem. Het is zeer praktisch gericht en je kan gerichter vragen stellen dan op een infomoment waar 30 man rond je staat. Het interessantste is het veld op gaan. Overal leer je wel iets bij, maar het is altijd beter het veld op te gaan zodat je iets ziet. Zo leer je het meest. De collega’s zijn heel belangrijk. Van het volk dat aanwezig is op de focusgroep leer je minstens evenveel als van de infodag (nvdr: thematisch uitwisselingsmoment of TUM) zelf.
Via de WhatsAppgroep kon ik vragen stellen en kreeg ik handige tips van de collega’s. Dat vind ik een goed systeem, zo kunnen we elkaars gedacht horen. Collega’s hebben bij sommige technieken of situaties al meer ervaring.
Hoe pas je de tips van de focusgroep toe op je eigen percelen?
Ik wou dit jaar al mijn percelen volledig niet-kerend bewerken, maar het was een moeilijk jaar door de droogte. Met de focusgroep hebben we daar mooi op ingespeeld; er werd toepasselijke info gedeeld. Via de WhatsAppgroep kon ik vragen stellen en kreeg ik handige tips van de collega’s. Dat vind ik een goed systeem, zo kunnen we elkaars gedacht horen. Collega’s hebben bij sommige technieken of situaties al meer ervaring, waardoor je leerkost kleiner wordt in moeilijke jaren. Samen met experts leer je beter omgaan met extreme situaties. Gemakkelijker werken is het in het begin niet, het vraagt wat denkwerk. Maar na verloop van tijd heb je ervaring en werkt de bodem veel beter mee.
Welke lessen heb je al geleerd?
Op één perceel begon ik dit jaar verkeerd, dat was suikerbietenland. Ik kon er snel op en uit gewoonte bewerkte ik het met de cultivator. Het bleef drie weken liggen en droogde helemaal uit. Zo deden we dat meestal bij het ploegen, maar bij niet-kerende bodembewerkingen werkt dat anders. Het is dus belangrijk om elk jaar alle bewerkingen aan te passen aan de situatie, dat heb ik nu wel geleerd.
Zijn er zaken die je ging testen door de uitwisseling in de focusgroep bodem?
Het eerste wat ik testte, is onderzaai in mais, om het nitraatresidu te verminderen en de bodembedekking diverser te maken. Dat mislukte dit droge jaar, maar volgend jaar wil ik het graag opnieuw proberen.
Het tweede zijn complexe groenbedekkers, op aanraden van Marc uit de focusgroep. Volgend voorjaar wil ik die groenbedekkers vernietigen met machines die we zagen tijdens een mini-demo van de focusgroep. Die machines konden we zelf kiezen om op onze eigen percelen te gebruiken. Ik test graag een ondiep werkende cultivator voor de groenbedekker. Daarnaast gebruikte ik dit jaar ook een pneumatische zaaimachine met ketsplaatjes om de groenbedekker in te zaaien. Vroeger deed ik dat altijd met de kunstmeststrooier, maar daarmee kon je niet veel zaaien en zeker geen mengsels op de juiste manier. Goede en complexe groenbedekkers zijn iets duurder, dus je wilt ze niet verspillen, maar maximaal benutten.
Wat brengt de toekomst?
Ik ben benieuwd naar de evoluties bij collega’s. Een collega had bijvoorbeeld rogge als groenbedekker begin november gezaaid. Ik wil zien hoe dat in het voorjaar staat en hoe hij het zal vernietigen. Zelf ondervind ik bij grasachtigen altijd problemen. Als het voorjaar droog is, gaat het nog, maar bij natte najaren herschoot het telkens na vernietigen. Eerder zaaide ik gras onder in mais met een wiedeg, maar dat kwam niet goed op. Na het dorsen van de mais zag ik het gras toch verschijnen. In het voorjaar stond het hele perceel groen!
Ik gebruikte toen een biomulchfrees om het gras weg te krijgen; die machine werkte heel goed. Maar het weer bleef nooit droog genoeg, waardoor het gras te snel herschoot. Dit blijft dus een uitdaging en blijf ik onderzoeken in de toekomst met hulp van de collega’s