Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

De be­mes­tings­prak­tij­ken in herfstprei bij François Van Den Bergh

Bemesting in prei Praktijkveld
  • Beredeneerd bemesten
  • Bemesting in groenten

François Van Den Bergh, een vollegrondsprei-teler uit Houtvenne, neemt jullie dit jaar graag mee om naast zijn verschillende strategieën voor de beheersing van trips, jullie ook wegwijs te maken in zijn diverse bemestingspraktijken in herfstprei. Van de opkweek op eigen zaaibedden tot de oogst volgen we de herfstteelten prei mee op. Het natte voorjaar zorgde voor de nodige vertragingen, maar half juni was het eindelijk zover en werd het overtuigingsveld opgeplant.

Wat testen we uit?

Op het overtuigingsveld bekijken we in eerste instantie het gebruik van organische bemesting in prei. Volstaat een startbemesting met runderdrijfmest? Of heeft het natte weer voor een te schraal bodemprofiel gezorgd en moeten we de drijfmesttoepassingen nog aanvullen met kunstmest? Wat zijn dan geschikte kunstmeststoffen? Werken we het best met een breedwerpige toepassing met de klassieke korrelmeststof Kalkammonsalpeter? Of kiezen we voor andere alternatieven zoals een mengsel van Urean en ammoniumsulfaat uit luchtwassers toegepast via rijenbemesting?

De proefopzet die gevolgd werd op dit perceel.

In de toepassingen zonder runderdrijfmest bekijken we alternatieven om deze te vervangen. Met het natte voorjaar vers in het geheugen is het namelijk geen evidentie om drijfmest te kunnen toepassen. Wat zijn in deze situatie goede bemestingspraktijken? Kunnen we de startbemesting verlaten tot bijvoorbeeld 5 weken na planten? Is een rijenbemesting met vloeibare meststoffen een gunstig alternatief? Of is het in deze uitzonderlijk natte situatie nu net een betere praktijk om alle benodigde nutriënten toe te passen vlak vóór het planten? In het andere uiterste bekijken we het effect van helemaal geen bemesting toe te passen.  

Naar bijbemesting zetten we verder in op het 4J-principe:

  • Juiste tijdstip: wanneer passen we best de bemesting toe? Op 5 weken na planten of beter later, op 7 weken na planten?
  • Juiste meststof: werken we best met snelwerkende meststoffen of beter traagwerkende ammoniumhoudende meststoffen met nitrificatieremmer?
  • Juiste techniek: rijenbemesting versus breedwerpig
  • Juiste dosis: uiteraard bepaald op basis van het KNS-systeem, gevalideerd met bodemstikstofmetingen.  

De tabel hiernaast geeft de verschillende bemestingspraktijken weer uitgetest op het overtuigingsveld.

Op 25 april is het perceel nog te nat om te bewerken.

April-mei: eerste bouwvooranalyse

In april beslissen we om nog even te wachten met de eerste grondbewerking: het perceel is nog te nat. 

Op 10 mei gaan we van start, en dat doen we zoals het hoort: we nemen een grondstaal voor een bouwvooranalyse. We meten uit nieuwsgierigheid de stikstof in het bodemprofiel. Zoals te verwachten is het bodemprofiel volledig leeg. We werken op een gezonde zandbodem met een gunstige pH en een organische koolstofgehalte van 1.78 %. De resultaten van de bouwvooranalyse zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Deze tabel geeft de resultaten van de eerste bouwvooranalyse weer.
We starten zoals het hoort: met een bodemstaal.

Juni: aanplant en startbemesting

Op 5 juni is het eindelijk zo ver en wordt de eerste bodembewerking uitgevoerd.

Een eerste geschikt moment wordt gebruikt om het runderdrijfmest toe te passen op 9 juni,  en wordt onmiddellijk ingewerkt. We nemen een staal van het drijfmest voor de bepaling van de landbouwkundige waarde. Na analyse weten we hoe rijk of arm de runderdrijfmest is aan nutriënten. 

De bedden zijn getrokken en de bemestingen voor het planten worden uitgevoerd op 11 juni.

Op 14 juni kunnen de preiplanten van het ras Oslo kunnen het zaaibed verlaten en worden aangeplant op het overtuigingsveld. Er wordt gewerkt op de typische gewenten met een plantafstand van 73,5 cm tussen de rijen en 9 cm in de rij. 

De injecties met het vloeibaar mengsel van Urean, ammoniumsulfaat en een nitirificatieremmer worden aangebracht op 17 juni. In het stuk met drijfmest verlagen we de dosis tot 50 kg N/ha. In het stuk zonder runderdrijfmest verhogen we de dosis tot 90 kg N/ha.  

We ontvangen het analyseverslag van het runderdrijfmest op 24 juni. Voor de nutriënten stikstof en fosfor zijn de waarden iets lager dan gemiddeld. Aan een dosis van 40 ton/ha werd er 131 kg N/ha toegediend. Rekening houdend met de forfaitaire waarden zouden we rekenen met 192 kg N/ha.  

De werkingscoëfficiënt van 60 % uit het mestdecreet komt sterk overeen met de waarde op basis van de analyse. 64 % van de aanwezige stikstof is aanwezig onder de minerale vorm (84 Nmineraal t.o.v. 131N-totaal). Van deze fractie mogen we werking verwachten in het jaar van toepassing. 

Naar fosfor toe geven we op basis van de analyse 10 kg P205/ha minder dan op basis van de forfaitaire waarden (= 46 t.o.v. 56 kg P205/ha).  

De bedden zijn getrokken en de bemestingen voor het planten worden uitgevoerd.
Deze tabel vergelijkt de waarden die werden gemeten in de analyse met de forfaitare waarden voor dezelfde elementen. Door te werken op basis van de analyse kunnen we nauwkeuriger bemesten.

Juli: eerste bijbemeststalen

We nemen de grondstalen voor de vroegste bijbemesting in object 6 op 15 juli. Dit object heeft nog geen startbemesting gekregen. Op basis van het grondstaal willen we hier inzetten op een eerste vervroegde bijbemesting (5 weken na planten i.p.v. 7 weken).  

Aangezien we nog steeds niet kunnen profiteren van een warmere en vooral drogere zomer, nemen we ook een mengstaal van object 1. In dit standaardobject willen we zien in welke mate stikstof mogelijk reeds is uitgespoeld.

Ook zijn we benieuwd naar de stikstofconcentratie in het depot, zoals je op de eerste foto hieronder ziet. Dit is plaats waar de rijenbemesting werd toegepast. 
Visuele verschillen in de ontwikkeling van het gewas kunnen we nog niet vaststellen. Wel blijft het perceel behoorlijk nat, en is een droge periode meer dan welkom. 

De laatste foto toont dat het naar het bodemoppervlak wel duidelijk is op welke plaatsen er kunstmest werd toegepast. Een dunne groene film geeft aan dat er kunstmest werd toegepast.  

Op ongeveer 5 cm naast iedere plantrij werd een mengsel van ammoniumsulfaat geïnjecteerd. De strook is nog duidelijk herkenbaar, waardoor we de grondstalen exact in het depot kunnen nemen.
We zijn benieuwd naar de stikstofconcentratie in het depot, waar de rijenbemesting werd toegepast.
Er is nog geen verschil te zien in de ontwikkeling van het gewas, maar het perceel blijft behoorlijk nat.
boven de gele stippellijn werd een startbemesting toegepast met kalkammonsalpeter, hier heeft het bodemoppervlak duidelijk een groenere kleur. Onder de gele stippellijn werd geen startbemesting toegepast en is er geen groenverkleuring.
Op het bodemoppervlak is duidelijk te zien waar kunstmest werd toegepast, daar is een dunne groene film te zien.

Op 25 juli komen de resultaten van object 6 binnen. Op dit object werd geen startbemesting toegepast, maar plaatsen we een vervroegde bemesting. Met een bodemvoorraad van 50 kg N-Nmin/ha in de 0-60 cm laag is het tijd voor een eerste bemesting. Op 31 dagen na planten bedraagt de streefwaarde 220 kg N-min/ha voor de 0-60 cm. Door deze waarde te verminderen met de bodemvoorraad van 50 kg N-min in de 0-60 cm laag bekomen we een bijbemesting van 170 kg N/ha. Omdat we werken met een rijenbemesting verscherpen we nog tot 160 kg N/ha. In andere warmere en groeizamere jaren zouden we de dosis nog verder verfijnen. Maar met het onvoorspelbare weer nemen we liever het zekere voor het onzekere. De resultaten van de grondontleding en de toegepaste bemesting voor object 6 is weergegeven in volgende tabel.

Resultaten van de grondontleding en toegepaste bemesting voor object 6.
Kouters trekken een geul op ongeveer 10 cm naast iedere plantrij. Via de flexibele darmpjes wordt het mengsel van urean met ammoniumsulfaat geïnjecteerd.
In de 0-30 cm laag is een duidelijke stijging van stikstofconcentratie te zien, ten gevolge van de toegepaste bemesting.
De uitspoeling tijdens de afgelopen periode blijkt mee te vallen.

De uitspoeling tijdens afgelopen periode blijkt mee te vallen. Dit zien we op basis van een mengstaal genomen in object 1 (40 ton/ha Runderdrijfmest + 50 kg N/ha Kalkammonsalpeter). Op de grafiek hierboven zien we alleen in de 0-30 cm laag een duidelijke stijging van de stikstofconcentratie ten gevolge van de toegepaste bemesting.

Om een eerste zicht te hebben op de werking van de rijenbemesting met ammoniumsulfaat en Urean nemen we een mengstaal in object 5. Wat meten we nog 31 dagen nadat we aan 90 eenheden met het vloeibare mengsel hebben toegepast? En wat doet de nitrificatieremmer?

We nemen een grondstaal in het depot (dit is de plaats waar de injectie werd toegebracht) en een grondstaal tussen de plantrij. Uitspoeling lijkt ook op basis van deze staalname nog niet plaats te vinden. De stalen genomen rechtstreeks in het depot vertonen nog hoge waarden. Dit zijn logische gevolgen aangezien we zeer lokaal en geconcentreerd de meststof aanbieden en net op deze locatie onze boorguts plaatsen. Het interessante aan deze meting zijn niet zozeer de gemeten waarden, maar wel de verhouding ammonium ten opzichte van de totale hoeveelheid minerale stikstof. Hier zien we, dat 52 % van de gemeten stikstof nog is aanwezig onder de ammoniumvorm. De nitrificatieremmer doet dus nog steeds duidelijk zijn werk.

Augustus

We bemonsteren op 14 augustus de proef voor de bepaling van de bijbemesting in de andere objecten. We zitten nu op het stijgende stuk van de opnamecurve en verwachten nog minstens 6 weken groei om te oogsten rond half oktober.

Op iedere plot nemen we de grondstalen tussen de plantrijen. Waar we gewerkt hebben met rijenbemesting bemonsteren we opnieuw de depots apart De resultaten van de staalnames tussen de plantrijen leveren ons volgende resultaten:

Een bijbemesting zet je best in rond 7 weken na planten. In de proef werd de bijbemesting toegepast op 9 weken na planten, wanneer nog 6 weken groei is voorzien.
Opnamecurve in functie van het aantal teeltweken voor late herfstprei.
Grondontleding voor de bepaling van de bijbemesting op 14 augustus, 9 weken na planten. Resultaten van de stalen genomen tussen de plantrij.

Voor de statistische verwerking nemen we de ontleding van object 6 niet mee in rekening aangezien daar een recente bijbemesting werd toegepast. Onze belangrijkste bevindingen zijn de volgende:

  • Tussen de plantrijen zit de bodemvoorraad voor al de objecten (met uitzondering van object 7) onder de streefwaarde van 160 kg N/ha waardoor bijbemestingen aan de orde zijn
  • Het effect van kunstmest toe passen in combinatie met runderdrijfmest resulteert niet in significant hogere stikstofconcentraties.
  • Passen we de volledige dosis toe bij de start met samengestelde meststoffen (object 7) is er geen bijbemesting nodig. Met 180 kg N/ha blijkt de startbemesting ook niet buitensporig. De bodemvoorraad is slechts 20 kg N/ha boven de streefwaarde. Naar uitspoeling toe zien we hier wel een significant hogere nitraatconcentratie in de 30-60 cm laag. In deze zone is de stikstof nog opneembaar voor het gewas.
  • Geven we geen bemesting (object 8), dan is het duidelijk, wat er in de bodem mineraliseert, wordt opgenomen door het gewas

In de objecten 3 en 5 werden de depots apart bemonsterd.

Na het toepassen van de rijenbemesting werden piketjes geplaats om later extact in de plaats van de injectie grondstalen te nemen.
Stikstofmeting in de depots, de plaats van de injecteerde meststoffen, op 14 augustus, 9 weken na planten.

In de depots meten we nog steeds hogere concentraties. In object 5 waar gewerkt werd met vloeibare rijenbemesting aan een dosis van 90 kg N/ha is op 9 weken na toepassing nog 30 % van de stikstof aanwezig onder de ammoniumvorm. Daar is nog een duidelijke werking van de nitrificatieremmer. In object 3, aan een dosis van 50 kg N/ha, is het effect van de remmer veel minder.

Welke bijbemesting passen we nu toe? En hoe gaan we om met de metingen in de depots?

Voor 6 weken groei te verwachten, nemen we een streefwaarde aan van 160 kg N/ha voor de 0-60 cm. Door deze streefwaarde te verminderen met de gemeten bodemvoorraad in de 0-60 cm laag bekomen we het advies voor de bijbemesting. De gemeten waarde in de depots tellen we gedeeltelijk mee. Met uitzondering van object, liggen de waarden richting 75 kg N/ha. Om de proef uniform te houden, passen we in de objecten 1-5 een bijbemesting toe van 75 kg N/ha.

De gemeten waarde tussen de plantrijen brengen we voor 100 procent in rekening. De waarden in de depots laten we meetellen in verhouding van de oppervlakte van het depot ten opzichte van het volledige gewent.
Berekening van de bijbemesting voor objecten 1,2,3,4 en 5.
De resultaten van een eerste beoordeling op bladmassa.

De eerste visuele verschillen kunnen we nu ook waarnemen op het veld. We voeren een eerste beoordeling uit op bladmassa, kleur, uniformiteit en de gezondheid en de hoogte van het gewas. De resultaten vind je in de tabel hierboven.

Wat we in de grondstalen zien, zien we ook op het veld.

  • Waar we geen bemesting hebben toegepast (object 8) heeft het gewas minder bladmassa, is de bladkleur lichter en heeft het een lagere gewashoogte.
  • In object 6, waar we op 5 weken na planten geïnjecteerd hebben met ammoniumsulfaat zien we nog geen effect van de bijbemesting. Het gewas vertoont nog een achterstand ten opzichte van de objecten met startbemesting
  • Tussen de bemeste objecten, met uitzondering van object 7, zijn de verschillen op het veld beperkt
  • Object 7, waar we de volledige bemesting toepassen bij de start, staat het gewas er het beste bij.

September: bijbemesten

We passen de berekende bijbemesting van 75 kg N/ha op 5 september toe in de objecten 1-5. Volgende meststoffen en technieken werden gebruikt voor de bijbemesting:

Het type van de meststof die werd toegepast en volgens welke techniek.
In object 2 strooien we tussen de plantrijen de korrelmeststof Nergetic Dynamic. Dit is een zwavel en stikstofhoudende korrelmeststof met nitrificatieremmer. De blekere bladkleur maakt duidelijk dat een bijbemesting nodig is.
Resultaten van een nieuwe gewasbeoordeling.

We voeren opnieuw een gewasbeoordeling uit en bekomen de resultaten in de tabel hiernaast.

Uit de tabel en onderstaande grafiek met betrekking tot de gewashoogte trekken we volgende conclusies

  • Objecten 1-4: Passen we runderdrijfmest toe, dan geeft de combinatie met kunstmest(object 1 en 3) een beter resultaat dan een startbemesting uitsluitend met runderdrijfmest. (object 2 en 4)
  • Een startbemesting aan 100 eenheden met ammoniumsulfaat (object 5) geeft gelijkaardige resultaten als de behandelingen met runderdrijfmest gecombineerd met kunstmest (object 1 en 3)
  • Object 6: heeft een inhaalmaneuver gemaakt. De bijbemesting ingezet op 5 weken na planten geeft zijn effect. Dit is zichtbaar in de metingen van de gewashoogte. Op 3 weken neemt het gewas met 13 cm het sterktste toe
  • Object 7:  vertoont nog steeds de mooiste gewasontwikkeling en de donkerste kleur
  • Object 8: zonder bemesting komt het gewas duidelijk tekort
Deze grafiek geeft de hoogte van het gewas weer in de proefjes op 14 augustus vergeleken met 5 september.
De donkerste bladkleur zien we in object 7 (links) waar we gewerkt hebben met een samengestelde meststof, kas en trippelsuperfosfaat. Rechts op de foto zie je de duidelijk blekere bladkleur indien je geen bemesting toepast (object 8).

Op 27 september, ongeveer drie weken na de laatste bijbemesting, werd de prei geoogst. Vervolgens werd de opbrengst bepaald en de prei gesorteerd voor levering aan de veilingen voor de versmarkt. De resultaten zijn voorgesteld in onderstaande tabel:  

Ongeveer drie weken na de laatste bijbemesting werd de prei geoogst, en de opbrengst bepaald. De resultaten zijn voorgesteld in deze tabel.

Uit bovenstaande tabel trekken we volgende conclusies:

  • Voor een startbemesting enkel met runderdrijfmest (object 2 en 4) resulteert een bijbemesting met de korrelmeststof Nergetic  Dynamic in een betere productie (+ 11 ton/ha) in vergelijking met een bijbemesting met ammoniumsulfaat. Naar maatsortering zijn de verschillen beperkt.  
  • Kiezen we voor een startbemesting met als combinatie runderdrijfmest en kunstmest, dan resulteert ammoniumsulfaat toegepast in de rij, in een hogere productie van 4 ton/ha in vergelijking met kalkammonsalpeter (= vergelijking object 1 en 3). Door ammoniumsulfaat zowel toe te dienen als start-en bijbemesting verhoogt de productie met 5 ton/ha (object 3 t.o.v. object 4)
  • In de objecten 5 en 6 gaf de gefractioneerde bemesting met ammoniusulfaat een gelijkaardig resultaat ten op zichte van ammoniumsulfaat geplaatst op één tijdstip. Het voordeel van fractioneren is dat er telkens kleinere dosissen worden toegepast. De extra werkgang vormt hier het nadeel.  
  • In object 7, waar de volledige bemesting bij de start werd gegeven, resulteert in een mooie opbrengst van 46 ton/ha.  
  • In object 8, prei geteeld zonder bemesting werd de laagste opbrengst behaald van 38 ton/ha, met het hoogste aandeel dunnere prei (50 % in sortering 20-30 mm).  

Gelijktijdig met de opbrengstbepaling werd het overtuigingsveld een laatste keer bemonsterd voor de bepaling van het nitraatresidu.  

De resultaten van het nitraatresidu komen binnen op 30 september. Alleen in object 1, waar een late bijbemesting werd toegepast met kalkammonsalpeter, is er een lichte overschrijding (95 kg N-NO3/ha voor de 0-90 cm) van het nitraatresidu. De andere objecten resulteren allen in zeer gunstige hoeveelheden reststikstof.  

Deze tabel vat de resultaten van het nitraatresidu samen.

Oktober: uitwisselingsmoment

We sluiten dit overtuigingsveld af met een demonstratienamiddag bij François. Tijdens deze bijeenkomst kwamen veel geïnteresseerde preitelers samen om meer inzicht te krijgen in bemesting, gebaseerd op de bevindingen uit het overtuigingsveld. 

Een toelichting van de bemestingsmodule, ontwikkelt binnen de operationele groep Perifert, gaf telers de mogelijkheid om de gebruikte techniek voor de injectie van ammoniumsulfaat in de overtuigingsproef beter te begrijpen. 

Om het programma volledig af te stemmen op de interesses van de preitelers, werden de resultaten van de huidige rassenproeven en de meest recente proefresultaten met betrekking tot tripsbeheersing gedeeld. 

Wat onthouden we?

Runderdrijfmest toepassen als startbemesting in prei is een goede praktijk. Indien gecombineerd met kunstmest wordt er best gekozen voor een traagwerkende meststof. Een efficiëntere plaatsing verhoogd het rendement.  

Door de stikstofbemesting af te stemmen op de opnamecurve kan de startbemesting uitgesteld worden tot 5 weken na planten. Zeker in deze natte zomer neem je hiermee wel het risico om toch op een later moment een hogere dosis te moeten plaatsen. Door te fractioneren creeër je wel een extra werkgang, maar zijn de dosissen kleiner.  

De volledige stikstofbehoefte toedienen bij de start is een minder aan te raden praktijk aangezien er een groter risico tot stikstofverliezen gecreeerd wordt. In dit overtuigingsveld gaf deze praktijk gunstige resultaten zonder een nadelig effect te hebben op het nitraatresidu.  

Volgende tabel vat de proef samen met betrekking tot de verschillende fracties stikstof uit de bemesting, de totale stikstofgift, de totale opbrengst en het nitraatresidu.  

Deze tabel vat de proef samen met betrekking tot de verschillende fracties stikstof uit de bemesting, de totale stikstofgift, de totale opbrengst en het nitraatresidu.

Een blik op de praktijk

Met de praktijkvelden ondersteunt B3W landbouwers die een bepaalde goede praktijk willen toepassen op het eigen bedrijf. We volgen via een blog zoals deze, die regelmatig wordt aangevuld, de verschillende acties op die we nemen op het veld, de ervaringen van de landbouwer en de uiteindelijke resultaten. De voorbije jaren werden er nog heel wat praktijkvelden opgevolgd, bekijk zeker eens het overzicht!

Leer nog meer via deze kennismaterialen

Verken het kennispunt
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan eens een kijkje op deze pagina's!

De sleutels tot een juiste bemesting van prei

Bemesting in prei Verslag
  • Beredeneerd bemesten
  • Bemesting in groenten

Dosis, tijdstip, type meststof en toedieningstechniek: de sleutels tot een juiste bemesting van prei. De ervaringen van Dirk Vertommen en Frans Wouters.

Be­mes­tings­prak­tijk in zomerprei

Bemesting in prei Video
  • Beredeneerd bemesten
  • Bemesting in groenten

Bekijk de bemestingspraktijk die Karel Bosschaerts toepast in zomerprei in dit filmpje. Hij gebruikt een aangepaste meststofstrooier om de bemesting in de rijsporen maximaal te reduceren! 

De be­mes­tings­prak­tij­ken in prei van Ivan Degezelle

Bemesting in prei Praktijkveld
  • Beredeneerd bemesten
  • Bemesting in groenten

Ivan Degezelle is een preiteler uit Meulebeke, geïnteresseerd in diverse bemestingstechnieken. Hij wil graag kijken of met rijenbemesting of traagwerkende meststoffen hetzelfde resultaat kan geboekt worden met eventuele reductie van de stikstofgift.