Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Beredeneerd bemesten in aardappelen

Achtergrond
  • Beredeneerd bemesten
  • Bemesting in aardappelen

De aardappelteelt wordt gekenmerkt door een ruime plantafstand, een beperkt wortelstelsel en een korte stikstofopnameperiode. Dat zorgt ervoor dat aardappelen inefficiënt stikstof opnemen, en het dus nodig is om juister te bemesten. 

Start bij de 6 J's

Hoe begin je er dan aan om je aardappelen beredeneerd te bemesten? Volg het principe van de 6 J's! Bemest met de juiste mestsoort aan de juiste dosis op het juiste tijdstip met de juiste bemestingstechniek op de juiste plaats en met het juiste teeltplan of teeltrotatie.

In dit infofiche vind je meer informatie over hoe aan de slag te gaan met een beredeneerde bemesting in aardappelen.

Bepaal de juiste dosis

Beredeneerd bemesten van aardappelen kan door de grote hoeveelheid stikstof die de aardappelen vragen toe te dienen in twee fracties: een basisbemesting voor het planten die 70% invult en één of meerdere fracties in de loop van het seizoen. 

Begin door de bemestingsdosis specifiek voor elk perceel te bepalen. Met behulp van het boekje 'Eerste hulp bij basisbemesting van aardappelen' kan je een goede inschatting maken van de basisbemesting stikstof die het gewas nog zal nodig hebben. Zo kan je verder op het seizoen de bemesting nog bijsturen op basis van een bijbemestadvies.  

Plaats de bemesting op de juiste plaats

Kies voor rijenbemesting voor het toedienen van je meststoffen bij aardappelen. Je verhoogt de efficiëntie van de bemesting, want de stikstof komt dichter bij de wortels terecht. Zo heb je minder meststoffen nodig en verminder je de kans op een verhoogd nitraatresidu.