Variabel bemesten in aardappelen op basis van bodemscans
Beredeneerd bemesten in aardappelen Praktijkveld- Beredeneerd bemesten
- Bemesting in aardappelen
Jente Goethals is een jonge landbouwer uit Sinaai die sinds enkele jaren ervaring opdoet met variabel poten in aardappelen en variabel bemesten op basis van bodemscans. Naast aardappelen teelt hij ook maïs en kweken ze varkens.
2024 Proef Sinaai
Vorig jaar maakte Jente deel uit van de Meetjeslandse B3W-focusgroep rond duurzaam bemesten in aardappelen en werd op een zandperceel in Sinaai een proef aangelegd. Jente had op dit perceel reeds een bodemscan laten uitvoeren (Figuur 1).
Met behulp van de kaart van het organische koolstofgehalte uit de bodemscan werd het perceel eerst variabel bemonsterd: er werd een apart mengstaal gemaakt van alle armere zones met een lager koolstofgehalte (lichtgeel op Figuur 1) en een apart mengstaal van alle rijkere zones met een hoger koolstofgehalte (donkerbruin op Figuur 1). In de armere zones werd een lager mineraal N-gehalte aangetroffen dan in de rijkere zones. Het totale bemestingsadvies bedroeg 150 en 190 kg werkzame N/ha in respectievelijk de rijkere en de armere zones. Er werd voor gekozen om een verlaagde basisbemesting uit te voeren met 20 ton varkensmengmest en 150 liter urean per hectare, samen goed voor 140 kg werkzame N/ha.
De aardappelen van het ras Fontane werden op 8 juni geplant. Centraal werden enkele werkgangen niet-variabel gepoot en vervolgens verder opgevolgd om het effect van de variabele plantafstand uit te sluiten als factor. Op 19 juli, enkele weken na opkomst van de aardappelen, werden opnieuw bodemstalen genomen. De minerale stikstofinhoud bleek nu veel hoger te liggen in de armere zones dan in de rijkere zones (Figuur 3). Dit was onverwacht: we hadden immers meer mineralisatie verwacht in de rijkere zones. Vermoedelijk lag de stikstofvoorraad in de rijkere zones lager door een veel grotere opname door het gewas ten gevolge van een algemeen betere bodemvruchtbaarheid en bodemkwaliteit.
Op basis van deze resultaten werd een bijbemestingsadvies geformuleerd van 79 kg N/ha voor de rijke zones en 15 kg N/ha voor de arme zones. Jente maakte een taakkaart op voor zijn variabele kunstmeststrooier waarbij de bemestingsdosis proportioneel werd toegewezen aan het organisch koolstofgehalte.
Op 19 september werden de opbrengsten gemeten en werd het mineraal stikstofresidu gemeten in beide zones. De opbrengst bedroeg 51 ton/ha voor de rijke zones en 39 ton/ha voor de arme zones (Figuur 4). Het stikstofresidu was hoog voor beide zones maar iets lager voor de rijkere zone dan voor de armere zone (Figuur 5), wellicht opnieuw als gevolg van het verschil in opbrengst en dus in stikstofopname.
2025 Proef Assenede
Dit jaar legt Jente een proef aan op een perceel met bodemtextuur zand te Assenede. Het perceel werd gescand met 2 verschillende technieken om van elk van beide technieken de sterktes te kunnen combineren.
Over het volledige perceel werd een bemesting uitgevoerd met 40 m³/ha zeugenmengmest (3,2 kg N/m³) en 70 m³/ha effluent (0,4 kg N/m³). Vervolgens werd afhankelijk van het proefobject mineraal bemest met 60 of 150 liter/ha onder de vorm van urean (0,39 kg N/liter). Op die manier werd ofwel 128 ofwel 163 kg werkzame N/ha toegediend. Bij de minder grote bemestingsdosis is het de bedoeling om bij te bemesten na opkomst en dit op een deel uniform en op een deel gevarieerd op basis van de bodemkaarten.
De aardappelen van het ras Fontane werden geplant op 8 april. Er werden afwisselend enkele werkgangen op variabele afstand en enkele werkgangen op gelijke afstand gepoot.
De bedoeling is om dit jaar zeker volgende 6 objecten op te volgen:
- vaste pootafstand & 163 kg N/ha
- vaste pootafstand & 128 kg N/ha + uniform bijbemesten
- vaste pootafstand & 128 kg N/ha bemesting + variabel bijbemesten
- variabele pootafstand & 163 kg N/ha
- variabele pootafstand & 128 kg N/ha + uniform bijbemesten
- variabele pootafstand & 128 kg N/ha + variabel bijbemesten
In de week van 19 mei werden de bodemstalen genomen voor bijbemesting. Meer info volgt binnenkort.
Juni: nieuwe grondstalen
Omwille van de droogte werd de bijbemesting (met korrel) uitgesteld om het oplossen en de opname van de meststoffen te verzekeren. Daarom werd het advies niet berekend op basis van de grondstalen genomen eind mei maar werden op 10 juni nieuwe grondstalen genomen in de verschillende objecten. Per object werd met behulp van de kaart gemaakt op basis van de bodemscan een grondstaal genomen in armere en rijkere zones van het veld. De rijkere zones waren bij staalname trouwens duidelijk donkerder door het hogere koolstofgehalte dan de armere zones.
Zoals je op deze tabel ziet, toonde de voorraad minerale N in de bodem voornamelijk grote verschillen tussen de armere en de rijkere zones. Voor alle objecten was de N-voorraad in de bodem lager in de rijkere zones. Dit is een bevestiging van de proefresultaten uit Sinaai in 2024: de stikstofvoorraad in de rijkere zones lag wellicht lager door een grotere opname door het gewas ten gevolge van een algemeen betere bodemvruchtbaarheid en bodemkwaliteit.
Vervolgens kunnen we het effect van een vaste versus een variabele pootafstand beoordelen door object 1 te vergelijken met object 4 en de gelijk bemeste objecten 2 en 3 met objecten 5 en 6. We zien op 10 juni echter geen eenduidig effect van de pootafstand op de N-voorraad.
Tot slot kunnen we het effect van de startgift beoordelen door object 1 te vergelijken met objecten 2 en 3 en object 4 met objecten 5 en 6. We zien hier met name dat het verschil tussen arme en rijke zones meer uitgesproken is bij de hogere startgift (objecten 1 en 4). Dit zou er op kunnen wijzen dat een lagere startgift in de rijkere zones heeft geleid tot een minder goede ontwikkeling van het gewas. Verder is het opvallend dat een verlaagde startgift enkel in de arme zones en bij variabele plantafstand zorgt voor een verlaagde N-voorraad in de bodem. Een verklaring hiervoor kan niet direct gevonden worden. Beide vaststellingen pleiten wel voor een variabele startgift én variabele pootafstand op basis van de bodemscan.
Vervolgens werd voor elk object en telkens voor de arme en rijke zones een bijbemestingsadvies voor stikstof berekend. Hierbij was het advies het resultaat van de volgende balans:
Advies = resterende behoefte – (bodemvoorraad + verwachte mineralisatie)
Daarbij werd voor de rijkere zones de resterende behoefte 20 kg N/ha hoger en de mineralisatie 10 kg N/ha hoger ingeschat.
Per object werd vervolgens door Jente op 26 juni ofwel niet bijbemest, ofwel uniform bijbemest, ofwel variabel bijbemest, zoals weergegeven in onderstaande. Merk op dat negatieve adviezen – aangeduid met * in de tabel – wijzen op een stikstofoverschot. Aangezien Jente bij variabele bijbemesting de dosis via een lineaire relatie koppelt aan het bodemkoolstofgehalte is het aangewezen met negatieve getallen te werken. In realiteit wordt op de armere zones dan 0 kg N/ha bijbemest.
Geen overtuigend voordeel van variabele bemesting door droogte?
Op 4 september was het gewas volledig afgerijpt en werden per behandeling en per zone (arm versus rijk) telkens op 4 plaatsen 5 aardappelplanten gerooid. De knollen werden gewogen en het onderwatergewicht werd bepaald.
Het onderwatergewicht schommelde tussen 384 en 412 g per 5 kg en vertoonde geen noemenswaardige verschillen.
Wat de opbrengst en het mineraal stikstofresidu betreft, nemen we het volgende waar:
• Er zijn uit deze proef geen eenduidige conclusies te trekken over variabele bemesting: de resultaten zijn afhankelijk van het koolstofgehalte en het vast of variabel poten. Het is aannemelijk dat vocht in enkele van de behandelingen de meest beperkende factor was, en niet stikstof.
• In de rijkere zones had het fractioneren van de bemesting een positief effect op de opbrengst, zowel bij vaste als bij variabele pootafstand. Variabel en dus meer bijbemesten in de rijkere zones leidde echter niet tot een toename van de opbrengst in vergelijking met een bijbemesting met de lagere vaste dosis.
• In de armere zones had het fractioneren van de bemesting geen effect op de opbrengst bij een vaste pootafstand en een duidelijk negatief effect bij een variabele pootafstand. Dit wijst erop dat, als er wijder geplant werd in de armere zones, het voordeliger was om een hogere basisbemesting te geven.
• Het mineraal stikstofresidu werd ook bepaald en was voor alle behandelingen hoog tot zeer hoog. Voor het stikstofresidu kunnen – vermoedelijk door het droogte-effect – geen eenduidige conclusies getrokken worden uit de resultaten.
Variabel poten enkel gunstig in arme zones door droogte
Als we de resultaten van de proef uitmiddelen over de drie verschillende bemestingswijzen, nemen we het volgende waar:
• In vergelijking tot een vaste pootafstand leidde een variabele pootafstand tot een opbrengststijging in de armere zones (waar wijder geplant werd) en tot een opbrengstdaling in de rijkere zones (waar dichter geplant werd). Wellicht was droogte hier de doorslaggevende factor: waar de aardappelen wijder werden geplant was de vochtvraag kleiner, trad er minder snel droogtestress op en was de opbrengst beter.
• Bij gelijke (vaste) pootafstand was de opbrengst in de rijkere zones veel groter dan in de armere zones. Dit toont aan dat bij gelijke plantafstanden een hoger koolstofgehalte van de bodem ook bij droogte resulteerde in hogere opbrengsten. Een hoger koolstofgehalte draagt immers bij aan een hoger vochtvasthoudend vermogen.
• Het mineraal stikstofresidu was voor alle behandelingen vergelijkbaar, maar hoger bij variabel planten in de rijkere zone, waar de mineralisatie hoger lag en de stikstofopname lager.
Heraanleg van de proef in 2026: ben jij kandidaat?
Op vraag van de aanwezigen op de TUM, die doorging op 18 september, zal de proef in 2026 herhaald worden. De proef gaf volgens de aanwezigen aanleiding tot interessante resultaten, maar het effect van de droogte was te uitgesproken in 2025. Er zal in 2026 worden gezocht naar een homogeen perceel dat minder droogtegevoelig is of waar beregening kan worden toegepast. Kandidaat-landbouwers kunnen zich altijd aanmelden!
Een blik op de praktijk
Met de praktijkvelden ondersteunt B3W landbouwers die een bepaalde goede praktijk willen toepassen op het eigen bedrijf. We volgen via een blog zoals deze, die regelmatig wordt aangevuld, de verschillende acties op die we nemen op het veld, de ervaringen van de landbouwer en de uiteindelijke resultaten. De voorbije jaren werden er nog heel wat praktijkvelden opgevolgd, bekijk zeker eens het overzicht!